Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting

3.776.978

3.623.553

3.492.398

3.619.792

3.619.792

3.619.792

3.619.792

Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,5% van grondslag

321.043

308.002

296.854

307.682

307.682

307.682

307.682

Gemiddelde korte schuld

338.267

272.338

275.000

275.000

275.000

275.000

275.000

Gemiddelde korte middelen

-7.059

-6.304

0

0

0

0

0

Gemiddelde netto korte schuld

331.208

266.034

275.000

275.000

275.000

275.000

275.000

In % begroting

8,8%

7,3%

7,9%

7,6%

7,6%

7,6%

7,6%

Ruimte (+)

-10.165

41.968

21.854

32.682

32.682

32.682

32.682

De gemeente kan haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Dit is naar verwachting € 308 mln in 2017. Volgens wettelijke voorschriften wordt de grondslag van de daaropvolgende jaren gelijkgehouden aan het begrotingsjaar 2017. De kasgeldlimiet mag niet meer dan drie achtereenvolgende kwartalen overschreden worden. Gebeurt dit wel dan dient de gemeente de provincie daarover te berichten met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. De hier getoonde bedragen zijn jaargemiddelden. De overschrijding in 2014 heeft zich alleen in het eerste kwartaal voorgedaan, waardoor de gemeente ook in dat jaar heeft voldaan aan de wettelijke vereisten. Er moet enerzijds rekening worden gehouden met beschikbare kredietlijnen en anderzijds met tijdelijke uitschieters in de behoefte aan kort geld. Daarom wordt enige marge aangehouden onder de kasgeldlimiet en wordt de komende jaren gestuurd op een gemiddelde netto korte schuld van € 275 mln.