Uitgangspunten begroting 2017

Standen

In de financiële tabellen zijn de verschillende kolommen als volgt te lezen:

  • kolom 2015: betreft de rekeningcijfers van 2015
  • kolom 2016 - 2020: betreft de stand van de Voorjaarsnota plus de verwerking van de mutaties in deze begroting
Vennootschapsbelasting

Op grond van Rijksregelgeving zijn gemeenten verplicht vennootschapsbelasting te betalen over die extern geleverde economische activiteiten waarover winst wordt behaald. Het BBV schrijft voor de VpB-heffing van alle ondernemingsactiviteiten op te nemen, net als overhead, als één bedrag apart zichtbaar in het programmaplan en -verantwoording en in het overzicht van baten en lasten opgenomen worden.

Generieke doorbelasting

De concernbrede bedrijfsvoeringskosten worden geboekt op de producten Concernhuisvesting en RSO. Vervolgens worden deze op basis van de begrote personele bezetting doorbelast aan de overige producten en zichtbaar onder de post 'interne lasten'. Deze verschuiving is terug te vinden in de categorie 'Technische Mutaties'. Vanaf begroting 2017 geldt een nieuwe definitie van het begrip overhead. Dit begrip sluit aan op de definities die gebruikt worden in 'Vensters Voor Bedrijfsvoering' maar is wel breder. Verder is de systematiek ten aanzien van de doorbelasting van Concernhuisvesting aangepast ten opzichte van voorgaande jaren. Vanaf 2017 belasten we de totale concernhuisvestingslasten door (dus kantoorlocaties, uitvoeringslocaties én deelgemeentelijke panden).

Indexering

De gemeentelijke begroting wordt in principe jaarlijks bijgesteld voor de verwachte prijsontwikkelingen, voor zover mogelijk gebaseerd op inflatiepercentages van het CPB van maart. Voor ‘materiële budgetten’ wordt bijvoorbeeld de 'prijs overheidsconsumptie, netto materieel' (IMOC) gebruikt. Voor inkomsten, belastingen en tarieven wordt in principe de 'consumentenprijsindex' (CPI) gehanteerd. Voor de loongevoelige budgetten hanteren we de ‘te verwachten’ ontwikkelingen inzake de CAO en sociale lasten. Voor de twee voorafgaande begrotingsjaren vindt een nacalculatie plaats. Percentages voor personele, materiële en subsidiebudgetten zijn voor het jaar 2017 neerwaarts bijgesteld.
 

Raming Gemeentefonds

De raming van het Gemeentefonds is gebaseerd op de Meicirculaire 2016. De integratie-uitkering Sociaal Domein wordt uitgevoerd met de middelen die hiertoe door het Rijk beschikbaar worden gesteld.

Interne omslagrente

Met de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De grondslagen die door gemeente Rotterdam ten aanzien van toerekening van rente met ingang van begrotingsjaar 2017 worden gehanteerd zijn als volgt:

  • Gemeente Rotterdam berekent een rentevergoeding over het eigen vermogen (bespaarde rente). Door de toerekening van bespaarde rente wordt de waarde van het eigen vermogen in stand gehouden. De reële waardevermindering van het vermogen wordt goedgemaakt door de bespaarde rente toe te voegen aan het eigen vermogen. Het toerekenen van rente aan de producten vindt plaats via het product financiering;
  • De rentevergoeding over het eigen vermogen bedraagt maximaal het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de externe rentelasten over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen.
  • De interne tarieven worden berekend op basis van het gemiddelde van de exploitatie en de begrotingsbalans van het begrotingsjaar 2017 en de daaropvolgende 3 jaren.
    • Vanwege (meerjarige) stabiliteit op het renteresultaat op het product financiering wordt een zelfde percentage voor bespaarde rente reserves als ook voor omslagrente investeringen gehanteerd.
    • Vanwege eenvoud, herkenbaarheid en begrotingsstabiliteit worden de verschillende interne rentetarieven op veelvoud van 0,5% afgerond.
    • Voor de begroting en rekening 2017 wordt als omslagrente investeringen en bespaarde rente eigen vermogen 3,0% toegepast.
    • Voor de begroting en rekening 2017 wordt als omslagrente BIE 2,0% toegepast.
    • Voor de disconteringsvoet voor de berekening van de omvang van de voorziening BIE en daarmee het percentage van de rentetoevoeging aan de voorziening BIE wordt uitgegaan van het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone en bedraagt voor 2017 2,0%.
    • Voor de disconteringsvoet van pensioenen voormalig ambtsdragers en daarmee het percentage voor de rentetoevoeging aan de desbetreffende voorzieningen wordt uitgegaan van de op 1 oktober 2015 geldende rente uit de door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar en bedraagt voor 2017 1,629%.
Financiële uitgangspunten voor grondexploitaties

Voor een betrouwbare inschatting van de waardeontwikkeling van de grondexploitatie portefeuille zijn verschillende externe factoren van invloed. Als gevolg van economische ontwikkelingen kan er sprake zijn van prijsstijgingen. In de grondexploitatie rekent de gemeente daarom met langjarige gemiddelde parameters voor kosten- en opbrengstenstijging en renteontwikkelingen. Een wijziging van de langjarige parameters heeft grote invloed op de uitkomst van de netto contante waarde-berekening (NCW-berekening).

  • Rentepercentage 2% (naar rato vreemd vermogen/totaal vermogen, methodiek voorgeschreven in de BBV)
  • Disconteringsvoet 2% (sinds 2016 voorgeschreven in de BBV)
  • Kostenstijging  2,0%
  • Opbrengstenstijging  0,5%
  • Jaarlijks vindt een analyse plaats om te bepalen of een aanpassing nodig is voor de langjarige parameters.
Aanpassing BBV

In maart 2016 is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) gewijzigd. Hiermee wordt beoogd om de mogelijkheden tot interne sturing door de gemeenteraad te bevorderen, o.a. door de gegevens tussen gemeenten beter vergelijkbaar te maken. Zo is voorgeschreven dat de begroting voortaan (ook) wordt ingedeeld naar uniforme taakvelden, dat in de begroting een aantal beleidsindicatoren moet worden opgenomen en zijn er nadere eisen gesteld aan de presentatie van de gegevens over de verbonden partijen. Ook is voorgeschreven dat de kosten van overhead op basis van een uniforme definitie worden bepaald en afzonderlijk worden gepresenteerd en dat nieuwe investeringen met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur. De kostendekkendheid van tarieven leges en heffingen moet inzichtelijk worden gemaakt. Voorts zijn er nadere voorschriften en richtlijnen gegeven m.b.t. de verslaggeving over grondexploitaties, het gebruik van het instrument rente i.r.t. investeringen, grondexploitaties en voorzieningen en de financiële kengetallen die al m.i.v. 2016 in de begroting worden gepresenteerd. Tot slot ziet de wijziging ook toe op de recente inwerkingtreding van de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen.

Met deze begroting wordt aan nagenoeg alle nieuwe voorschriften voldaan. Op korte termijn zal een omissieregeling worden opgesteld, om alsnog te voldoen aan het voorschrift om de kosten van overhead afzonderlijk te presenteren. Dat moment zal ook worden benut om de voorgeschreven indeling van de begroting naar uniforme taakvelden te laten vaststellen. Het streven is om m.i.v. 2018 de programmabegroting direct aan alle BBV-voorschriften te laten voldoen.