Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Algemene reserve

110

136

148

67

48

46

48

Financieringsreserve

69

67

79

82

83

81

82

Kredietrisicoreserve

54

58

64

65

66

66

66

Weerstandsvermogen

233

260

290

213

197

194

196

Norm gemeente Rotterdam o.g.v. Coalitieakkoord 2014-2018: minimaal € 160 mln eind 2018 

Toelichting weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als het totaal van de algemene reserve, de financieringsreserve en de kredietrisicoreserve. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het weerstandsvermogen aan het einde van de collegeperiode minimaal € 160 mln bedraagt. Met de voorliggende begroting wordt aan deze norm voldaan.

Weerstandsratio

Weerstandsratio (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

   Algemene reserve

110

136

148

67

48

46

48

   Financieringsreserve

69

67

79

82

83

81

82

   Kredietrisicoreserve

54

58

64

65

66

66

66

Weerstandsvermogen

233

260

290

213

197

194

196

   Bestemmingsreserves overig

801

809

763

675

633

610

598

   Waarvan verplicht

-379

-333

-325

-305

-295

-287

-279

   Stille reserves

50

50

50

50

50

50

50

   Stelpost onvoorzien

5

4

4

4

4

4

4

   Onbenutte belastingcapaciteit

0

0

0

0

0

0

0

Beschikbare weerstandscapaciteit

710

790

782

637

588

571

569

Benodigde weerstandscapaciteit

290

255

276

276

276

276

276

Weerstandsratio

2,5

3,1

2,8

2,3

2,1

2,1

2,1

Norm gemeente Rotterdam: minimaal 1,4 eind 2018

Toelichting weerstandsratio

De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door álle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegaan, de stille reserves en eventuele onbenutte belastingcapaciteit (deze wordt op nul geraamd). De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie van de risico’s die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicocumulatiemodel ingevoerd. In het Coalitieakkoord ‘Volle kracht vooruit’ is afgesproken dat de weerstandsratio aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4 bedraagt. Met de voorliggende begroting wordt aan deze norm voldaan.