Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten/ beleidsinitiatieven

De prioriteiten van dit college zijn:

  • Verbeteren van de onderwijsresultaten van Rotterdamse leerlingen door het uitvoeren van het programma Leren Loont.
  • Masterplan Onderwijs 2025 en Rotterdam Onderwijsplan
  • Onderwijs aan statushouders en asielzoekers
  • Onderwijshuisvesting: investeren in schoolgebouwen
  • Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten
  • NPRZ en Children’s Zone
Toelichting
Leren Loont

Met het onderwijsbeleid wil het college de onderwijsresultaten van Rotterdamse leerlingen verhogen. Om dat te bereiken is de kwaliteit van het onderwijs cruciaal. Daarom heeft het college in 2015 het programma Leren Loont! vastgesteld, het onderwijsbeleid voor de periode 2015 -2018. Het college voert dit beleid uit. Leren Loont! is opgebouwd langs vijf thema’s. In samenhang met elkaar moeten verschillende maatregelen binnen deze thema’s de kwaliteit van het Rotterdamse onderwijs vergroten. De thema’s zijn: Een vliegende start, Kwaliteit door schoolontwikkeling, De beste leraren, Werken aan vakmanschap en Aansluiting onderwijs en jeugdhulp. Leren Loont! is tot stand gekomen door een proces van co-creatie. Dat betekent dat de gemeente dit beleidsplan samen met schoolbesturen, leraren, ouders en andere betrokkenen heeft opgesteld.

Masterplan Onderwijs en Rotterdam Onderwijsstad

In het collegeprogramma is afgesproken dat Leren Loont! fungeert als opmaat naar het Masterplan onderwijs 2025. In dit plan werkt de gemeente samen met allerlei partijen van binnen en buiten de stad een visie uit op het Rotterdamse onderwijs voor de langere termijn. Dit plan wordt in de zomer van 2017 opgeleverd.

Rotterdam is verkozen tot Nationale Onderwijsstad in het schooljaar 2016-2017. Rotterdam is in dit schooljaar het ‘living lab’ waarin het onderwijsveld, bedrijfsleven, ouders, kinderen, gemeenteraad en vele andere partijen uit binnen- en buitenland werken aan toekomstgericht onderwijs. Onderwijs dat talent en vernieuwingskracht herkent en benut, dat jongeren een perspectief geeft op een baan en dat een bijdrage levert aan de vitaliteit en de economische ontwikkeling van de stad. De activiteiten die in dit kader worden georganiseerd vormen bouwstenen voor het Masterplan.

Onderwijs aan statushouders en asielzoekers

Samen met het onderwijsveld biedt het college  onderwijs aan kinderen van statushouders en asielzoekers door voldoende schakelklassen (primair onderwijs) en internationale schakelklassen (in het voortgezet onderwijs) te faciliteren. Hierdoor kan het groeiend aantal leerlingen uit deze groepen naar school. Ook het mbo is hierbij betrokken.

Onderwijshuisvesting

In de periode 2015-2019 investeert de gemeente een totaalbedrag van € 200 mln in schoolgebouwen. In 2017 worden meer dan 20 gebouwen van de lijst van in totaal 50 aandachtspanden die het college wil aanpakken in uitvoering genomen. Schoolbesturen dienen plannen in voor renovatie of nieuwbouw en de gemeente toetst deze plannen aan de Huisvestingsverordening en het Integraal Huisvestingplan 2015 – 2019. Het accent ligt bij onderwijshuisvesting op het efficiënt en doelmatig gebruik van onderwijsgebouwen. Belangrijk daarbij zijn leegstandsreductie en het terugbrengen van het aantal kleine scholen in het primair onderwijs. Daarnaast verbetert het binnenklimaat op de scholen dankzij nieuwbouw en renovatie.

Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (vsv)

De gemeente zet zich samen met de Inspectie van het Onderwijs en het scholenveld actief in om schoolverzuim tegen te gaan. Schoolverzuim is een belangrijke indicator van voortijdig schoolverlaten. De gemeente doet dit onder andere door het handhaven van de leerplichtwet richting jongeren en hun ouders. Daarnaast ondersteunt de gemeente scholen om te komen tot een goede inzichtelijk aan- en afwezigheidsadministratie, een goede verzuimaanpak begint immers op school.

Elke vier jaar wordt de aanpak Voortijdig schoolverlaters (vsv) door het ministerie van OCW aangepast. Ook met ingang van schooljaar 2016-2017 start er weer een nieuwe periode. Samen met het ministerie van OCW, de regiogemeenten en het onderwijsveld heeft de gemeente een vervolgaanpak ontwikkeld die jongeren aan een startkwalificatie helpt of ondersteunt bij het vinden van een baan. De vsv-aanpak heeft tot dusverre voor Rotterdam en de regio geleid tot een sterke daling van het voortijdig schoolverlaten. De ambitie is om het aantal vsv’ers nog verder terug te dringen. De focus komt meer te liggen op de jongeren afkomstig uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en de oud-vsv’ers. De directe aansluiting op de arbeidsmarkt voor deze groepen wordt in de nieuwe aanpak verbeterd. Daarnaast krijgen de overstappers naar het middelbaar beroepsonderwijs ondersteuning van een overstapcoach.

NPRZ/Childrens Zone

Met het Rijk en onze partners gaan we onverminderd verder met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Met goed onderwijs, meer lestijd (minimaal zes uur per week) en de ondersteuning van gezinnen door de wijkteams blijven we extra investeren.
Meer specifiek wordt het onderwijsbudget Nationaal Programma Rotterdam Zuid aangewend voor de ontwikkeling en uitwerking van monitoring van de onderwijsresultaten ten behoeve van beleidsvorming. Daarnaast wordt het ingezet voor de professionalisering van leraren en schoolleiders. Vijf thema’s zijn daarbij leidend: taal en woordenschat, pedagogisch tact, ouderbetrokkenheid, loopbaanoriëntatie en techniek en passie en gedrevenheid. Elke school in de Children’s Zone maakt een plan van aanpak om tot verdere professionalisering te komen. Tot slot wordt geïnvesteerd in samenwerking tussen de scholen en de wijken waarin ze liggen. Daarvoor worden afspraken gemaakt met welzijnsorganisaties, wijkteams en scholen.

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2015

Prognose
2016

2017

Naam monitor

BBV

Absoluut verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

1,3 per 1000 leerlingen in schooljaar 2014-2015

N.v.t.

N.v.t.

BBV

Relatief verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

5,7 per 1000 leerlingen in schooljaar 2014-2015

N.v.t.

N.v.t.

BBV

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

VSV verkenner definitief 2014-2015 (totaal)

Realisatie (incl. peildatum)

3,70%

3,20%

N.v.t.

N.v.t.

BBV

% Achterstandsleerlingen

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Verweij Jonker Instituut-Kinderen in Tel

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

27,2% (2012)

N.v.t.

N.v.t.

N.B.: alle gemeenten zijn in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht een aantal door het rijk voorgeschreven beleidsindicatoren in hun begroting op te nemen. Dit met oog op onder anderen het vergroten van de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Alle gemeenten moeten gebruik maken van dezelfde bronnen en peildata. Via de website http://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/ is vergelijking met andere gemeenten mogelijk.

Toelichting indicatoren
Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (vsv)

De BBV-indicatoren voor verzuim maken onderdeel uit van de verplichte artikel-25-rapportage van de gemeente aan het Rijk.  
Zie voor de verplichte indicator ‘Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)’ de tabel van indicatoren onder Leren Loont!.

Leren Loont!

Het college heeft afgesproken dat er één onderwijstarget komt. Zo staat in het collegeprogramma: ‘Wij zoeken met het onderwijsveld één of meerdere betekenisvolle indicatoren, aan de hand waarvan we per onderwijssector de verbeteringen kunnen volgen. Op basis van deze indicatoren formuleren we samen met het onderwijsveld voor het einde van het jaar een target.’ In Leren Loont! is vervolgens afgesproken dat samen met het scholenveld een onderwijsindex wordt ontwikkeld. Voortschrijdend inzicht heeft geleid tot de conclusie dat het idee van één centraal target of één index niet bijdraagt aan het gewenste gesprek over de onderwijskwaliteit; door te indexeren gaat veel informatie verloren en wordt de uitkomst abstract en onherkenbaar.

Onderwijskwaliteit is te complex om in één enkele target samen te vatten. In plaats daarvan is in het programma Leren Loont! een brede set betekenisvolle indicatoren opgesteld aan de hand waarvan de gemeente per onderwijssector de ontwikkelingen volgen. Bij de indicatoren zijn streefwaarden en targets geformuleerd die samen recht doen aan de complexe opdracht van het Rotterdams onderwijs. Over de voortgang op de indicatoren rapporteert het college jaarlijks aan de gemeenteraad in de vorm van de eindejaarsrapportage Leren Loont! aan het einde van het kalenderjaar en in de Staat van het Rotterdams onderwijs. In december 2015 is de eerste nulmeting van de indicatoren gepresenteerd.

Beschrijving indicator

Streefcijfer

Nulmeting

Laatste stand van zaken juli 2016

Datum en bron meting laatste stand van zaken

Bereik vve: aantal driejarige Rotterdamse doelgroepkinderen dat een vve- programma volgt.

80% in 2018

89% in 2014

83%

OB&I april 2016

VVE kwaliteitsindicatoren van de Inspectie van het Onderwijs

Er wordt voldaan aan de kwaliteitsindicatoren van de Inspectie van het Onderwijs

8 van de 13 indicatoren zijn niet voldoende

2 van de 13 indicatoren zijn niet voldoende

Juli 2016 voortgangs- rapportage Leren Loont!

Kwaliteit van het onderwijs is voldoende

Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen, opleidingen en afdelingen daalt

zwak 4,40 %; Zeer zwak 0,5 %

volgt

Staat van het Rotterdams onderwijs 2015 (Basis onderwijs)

Onderwijsresultaten op het gebied van taal en rekenen

De onderwijsresultaten op het gebied van taal en rekenen benaderen het landelijke gemiddelde

LOVS Begrijpend lezen 29,4 (M6)   

Volgt

Staat van het Rotterdams onderwijs 2015
(Basis onderwijs)

Percentage bevoegde docenten

Per 2017 zijn alle (100%) van alle docenten (vo) bevoegd of nog studerend voor hun bevoegdheid

81%

Volgt

Staat van het Rotterdams onderwijs 2015

Aantal thuiszitters

Daling van het aantal thuiszitters met 75% in 2018 t.o.v. peildatum 15 oktober 2015  

42 thuiszitters

83 thuiszitters

20 juni 2016

Percentage voortijdig schoolverlaters

Conform doelstelling OCW geoperationaliseerd per onderwijsniveau

3,70%

3,20%

VSV verkenner definitief 2014-2015 (totaal)

De kwaliteit van passend onderwijs, school maatschappelijk werk en/of jeugdzorg

De kwaliteit van passend onderwijs, school maatschappelijk werk en/of jeugdzorg is goed

Indicator in ontwikkeling

 Volgt

eerste meting in 2016