Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten/ beleidsinitiatieven
Nota Rotterdam, een schone stad

Een schone stad is belangrijk voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid. Door professionalisering van de reiniging wordt inmiddels met minder middelen de schoonnorm (vrijwel) behaald. Op diverse plekken in de stad zijn er echter teveel verstoringen die de schoonbeleving negatief beïnvloeden. Het gaat dan bijvoorbeeld om bijplaatsingen, snel vervuilende straten en afval rondom de markten. Met de nota Rotterdam, een schone stad worden schoonmaken, gedragsbeïnvloeding en handhaving gericht ingezet om verstoringen aan te pakken en het schoonbeeld en de schoonbeleving significant te verbeteren.

Nota 'Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte Rotterdam 2015-2018'

Omdat er tekorten zijn op de producten ‘Wegen en Openbare verlichting’ en ‘Water en Groen’, moet de gemeente prioriteiten stellen bij  de uitvoering van onderhoudsprojecten. De gemeente voert het meest noodzakelijke onderhoud wel uit, dus de buitenruimte blijft altijd veilig en bruikbaar. De  prioriteit ligt op wegen, groen en spelen. Het college heeft vanaf 2016 structureel € 4,7 mln extra beschikbaar gesteld voor het projectmatig onderhoud van wegen.

Kralingse Plas

In het verleden is voor de Kralingse Plas een integraal plan (2007) opgesteld met als doel
de waterbodemverontreiniging tegen te gaan en de mogelijkheden voor de recreatie en beleving te verbeteren. Om de overlast van blauwalg in de warme periode verder terug te dringen, kiest het college voor een jaarlijkse aanpak en stelt hiervoor per jaar € 200 beschikbaar.

Beheer Parken evenementenproof

De parken in de buitenruimte worden veelvuldig gebruikt om te recreëren, te sporten en voor evenementen. De gemeente maakt een aantal parken (Roel Langerakpark, Het Park, Zuiderpark en Kralingse Bos)  meer geschikt  voor evenementen. Deze parken zijn dan ook na  een evenement in goede staat beschikbaar voor recreanten en schade aan bodem en bomen wordt op de lange termijn voorkomen. Hiervoor stelt het college € 1,3 mln beschikbaar.

Beheer Openbare toiletvoorziening

Rotterdam wil een attractieve en gastvrije stad zijn. Openbare toiletvoorzieningen op locaties waar veel mensen verblijven, horen hier ook bij. Rotterdam heeft echter maar een beperkt aantal openbaar toegankelijke toiletvoorzieningen. In de periode 2017-2020 stelt het college een bedrag van € 400 per jaar beschikbaar voor investeringen en € 200 per jaar voor beheer . De gemeente breidt het aantal openbaar toegankelijke toiletvoorzieningen uit op toeristische locaties, uitgaansgebieden en in druk bezochte parken.

Beheer en onderhoud Museumpark

De vergroeningsopgave Museumpark vraagt om extra beheermaatregelen voor zowel
onderhoud van het groen als het schoonhouden van de openbare ruimte. Het college stelt voor 2017 € 2,5 mln beschikbaar voor investeringen en € 175 extra voor beheer.

Plan Oost

Rotterdam Oost is in de periode 1970-1980 gebouwd en heeft extra aandacht nodig. De buitenruimte is op diverse plaatsen aan het einde van zijn technische levensduur. Conform de nota Onderhoud Kapitaalgoederen en het Gemeentelijk Rioleringsplan investeert de gemeente onder andere in wegen, beschoeiingen en groenonderhoud en vervanging van riolen. De gemeente investeert ook extra om de buitenruimte aantrekkelijker te maken. Om dit te realiseren intensiveert het college het programma beheer van de stad met € 2,1 mln in 2017 en € 4,1 mln in 2018.

Onderhoud nieuwe buitenruimte

Onderhoud van nieuw/heringericht areaal kan extra beheer van de buitenruimte met zich
meebrengen (extra elementen, meer groen, lastiger schoonmaken) en heeft dan gevolgen
voor de onderhoudsbegroting voor de buitenruimte.
Om te voorkomen dat er een financieel probleem ontstaat, is de regeling onderhoudskosten bij
nieuw/heringerichte buitenruimte gemaakt. Zo compenseert de gemeente structureel financiële effecten van projecten met geringe onderhoudsgevolgen.

Burgerparticipatie

In 2015 is ‘Right to Challenge’ geïntroduceerd. Rotterdammers krijgen het recht om voorzieningen in hun wijk of buurt over te nemen en zelf het beheer te voeren.
 
Met CityLab010 maakt het college zijn visie op innovatie en burgerkracht duidelijk: vernieuwing uit de stad komt het beste op gang als de overheid ruimte creëert, mensen verbindt en initiatieven faciliteert. Door maatschappelijke vraagstukken aan Rotterdammers voor te leggen en een innovatiebudget beschikbaar te stellen, wordt Rotterdam hét maatschappelijk laboratorium van Nederland. Het college maakt het op die manier mogelijk te experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking tussen gemeente, bewoners, (sociaal) ondernemers, organisaties en andere partijen in de stad.

Meldingen buitenruimte

Zoals opgenomen in het wijkveiligheid actie programma en nota Rotterdam, een schone stad wordt het melden van verstoringen gestimuleerd via internet en vooral de buiten beter app. Door het gebruik van deze app worden gelijk de GPS-coördinaten meegestuurd en bestaat de mogelijkheid een foto van het problem toe te voegen. Met deze gegevens kan het problem sneller en efficiënter worden verholpen.

Snel herstel

Voor meldingen waar snel handelen noodzakelijk (bij gevaarlijke of onveilige situaties) is, hanteert de gemeente een ‘Snel Herstel’-servicenorm. Deze norm betekent een herstel of veiligstelling binnen een aantal uren  en voor zo veel mogelijk een afhandeling binnen 24 uur.  Voorbeelden van ‘Snel-herstel’meldingen zijn, gatten of verzakkingen in de weg, obstakels op de weg (omgevallen bomen/lantaarnpalen), kapot geslagen ruiten en gevaarlijk afval op straat.

 

Soort indicator (college-doelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2015

(bestuurs-rapportage) 2016

2017

Naam monitor

Collegedoelstelling

Productniveau Schoon

Mijlpaal

4

>4,0

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

4,4

4,4

n.v.t.

BBV

Omvang huishoudelijk restafval

Mijlpaal

n.v.t.

n.v.t.

CBS

Realisatie (incl. peildatum)

326 kg/inwoner

318 kg/inwoner

310 kg/inwoner

Overig

MSB-meldingen Schoon tijdig afgehandeld (binnen 3 dagen)

Mijlpaal

95%

95% < 3 werk-dagen

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

96,60%

95,00%

n.v.t.

Overig

Productniveau  Heel

Mijlpaal

3,5

>3,5

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

4,1

4,1

n.v.t.

Overig

MSB-meldingen Heel tijdig afgehandeld (binnen 3 dagen)

Mijlpaal

80%

80% < 3 werk-dagen

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

85,00%

87,00%

n.v.t.

Overig

CROW wegen % voldoende of matig

Mijlpaal

Doelstelling begin 2020 85%

80%

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

76,00%

78,00%

n.v.t.

Overig

Openbare verlichting % brandende verlichting

Mijlpaal

98,00%

>98,0%

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

98,20%

98,00%

n.v.t.

N.B.: alle gemeenten zijn in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht een aantal door het rijk voorgeschreven beleidsindicatoren in hun begroting op te nemen. Dit met oog op onder anderen het vergroten van de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Alle gemeenten moeten gebruik maken van dezelfde bronnen en peildata. Via de website http://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/ is vergelijking met andere gemeenten mogelijk.

Toelichting indicatoren
Productniveau Schoon en Heel

In het collegeprogramma is afgesproken dat het schoon-niveau in de buitenruimte een 4,0 is.
Het schoon-niveau is een gemiddelde opgebouwd uit de onderdelen zwerfvuil, prullenbakken, onkruid, plak- en kladvandalisme en uitwerpselen. De norm voor het heel-niveau staat op 3,5, bestaande de onderdelen bestrating, straatmeubilair en openbaar groen.

MSB meldingen

Voor het programma Beheer van de stad is afgesproken dat 95% van de meldingen uit het meldingensysteem buitenruimte (MSB) op gebied van het schoon maken binnen drie werkdagen wordt afgehandeld

CROW wegen (%voldoende of matig)

Het beheer en onderhoud van verhardingen gebeurt op basis van de landelijke CROW-systematiek voor wegbeheer. De huidige stand van 76% is eind 2014 gemeten. De meting vindt tweejaarlijks plaats, een externe partij voert dit uit. De volgende meting staat gepland voor eind 2016.

Openbare verlichting (%brandende verlichting)

Voor de prestaties van de openbare verlichting gelden andere normen dan voor de overige kapitaalgoederen; verlichting brandt of het brandt niet. Doel is dat gemiddeld 98% van alle verlichting in Rotterdam moet branden. Metingen vinden twee keer per jaar plaats.