Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten/ beleidsinitiatieven
Weerstandsvermogen

Het college staat voor solide gemeentefinanciën. Dit is in het coalitieakkoord vertaald in de volgende afspraken:

  • Het weerstandsvermogen bedraagt aan het eind van de periode minimaal € 160 mln.
  • De weerstandsratio is aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4.
  • Er vindt een verlaging plaats van de lokale lasten.

Voor het product Van Werk Naar Werk geldt als prioriteit:

  • Het terugdringen van het aantal herplaatsingskandidaten, door inzet van maatwerkarrangementen (voor medewerkers die vallen onder het Sociaal Statuut 2005/2010) en door bemiddeling door externe partijen op basis van een in 2015 gestart aanbestedingstraject.
Indicatoren

Gemeenten zijn in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht een aantal door het rijk voorgeschreven beleidsindicatoren in hun begroting op te nemen. Dit met oog op onder anderen het vergroten van de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Alle gemeenten moeten gebruik maken van dezelfde bronnen en peildata.

Via de website van Waarstaatjegemeente is vergelijking met andere gemeenten mogelijk.

Voor dit programma zijn de indicatoren 'gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden' en 'gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden' van toepassing. Onder gemeentelijke woonlasten wordt verstaan het totaal van de aanslag OZB-eigenaar woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De grootte van het huishouden is alleen voor de hoogte van het tarief afvalstoffenheffing van invloed.   

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Realisatie 2015

Prognose
2016

Begroting 2017

Naam monitor

BBV

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden

Mijlpaal

COELO

Realisatie (incl. peildatum)

€716,53

€696,31

€ 672,39

BBV

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

Mijlpaal

COELO

Realisatie (incl. peildatum)

€729,43

€722,01

€ 712,09

Toelichting indicatoren

De indicator betreft de optelsom van het tarief reinigingsheffing (afvalstoffenheffing), rioolheffing en onroerende zaak belasting per één persoonshuishouden respectievelijk meerpersoonshuishouden.

Minder woonlasten voor burgers is een van de uitgangspunten van ons coalitieakkoord ‘Volle Kracht Vooruit’.

Omdat de gemiddelde OZB-aanslag voor een eigenaar / bewoner in de voorstellen van het college in 2017 ten opzichte van 2016 met € 2,22 daalt, het tarief afvalstoffenheffing voor een eenpersoonshuis-houden met € 28,00 en voor een meerpersoonshuishouden met € 14,00 verder dalen in 2017, terwijl de aanslag rioolheffing met € 6,30 stijgt, zullen uiteindelijke de gemeentelijke woonlasten (d.w.z. het totaal van het gemiddeld aanslag OZB-eigenaar woningen, de riool- en afvalstoffenheffing) in 2017 voor een eenpersoonshuishouden met € 23,92 (- 3,44%), en voor een meerpersoonshuishouden met € 9,92 (- 1,37% ), ten opzichte van 2016 dalen.

Daarmee wordt aan het beleidsuitgangspunt uit het coalitieakkoord dat de woonlasten voor bewoners zullen dalen, ook voor 2017 opnieuw invulling gegeven door ons college.

Behoudens bovenstaande indicatoren zijn bij de verschillende producten van het programma Algemene middelen aanvullende indicatoren opgenomen. Deze komen terug in het hoofdstuk Financiële beschouwingen en de paragrafen Lokale heffingen, Weerstandsvermogen, Verbonden partijen en Financiering.

Voor het programma Algemene middelen gaat het om de volgende indicatoren:

Voor het product Financiering hanteert de gemeente de indicatoren: