Ontwikkelingen

Externe ontwikkelingen
  • 62% van de Rotterdammers voldoet aan de norm sportparticipatie.
  • Het overgewicht onder Rotterdamse kinderen neemt af.
  • Met burgerinitiatieven in Hoek van Holland en Pernis wordt overlegd hoe de buitenzwembaden in deze plaatsen open te houden zijn.
  • De vijf grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven), VWS en NOC*NSF werken samen aan de Kracht van Sportevenementen. Door krachten te bundelen en kennis te delen wordt de economische en maatschappelijke impact van sportevenementen vergroot en beter zichtbaar gemaakt. In 2017 wordt samengewerkt op de volgende topevenementen: WK Shorttrack (in Rotterdam), WK Triatlon (in Rotterdam), EK Voetbal voor vrouwen (in zeven Nederlandse steden waaronder Rotterdam) en het EK Hockey (in Amsterdam).
  • Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de landelijke fondsen voor cultuur, de grote steden en de culturele sector onderzoeken de invoering van een herzien stelsel voor bekostiging van de culturele sector per 2021. Als vervolg op de huidige cultuurplansystematiek van het Rijk.
Interne ontwikkelingen
  • De inzet om meer Rotterdammers te laten sporten betekent dat de capaciteit van sportvoorzieningen moet worden vergroot. Dit wordt voor een deel geregeld met de maatregelen tot intensivering in sportvoorzieningen. In het voorjaar van 2017 legt het college een plan van aanpak voor over de groei van de capaciteit van sportvoorzieningen. Daarbij gaat het ook om het intensiveren van het gebruik van bestaande voorzieningen.
  • Het college heeft in 2015, op basis van een haalbaarheidsonderzoek, het principebesluit genomen om de exploitatie en het beheer van sportvoorzieningen (zwembaden, sporthallen, gymzalen en sportvelden) te verzelfstandigen. In 2016 is dit uitgewerkt in een hoofdlijnennota, op basis waarvan in 2017 het definitieve besluit wordt genomen.
  • In april 2016 heeft het college het principebesluit genomen tot verzelfstandiging van de uitvoering van kinderboerderijen en natuur-en milieueducatie. De volgende fase is het Hoofdlijnenbesluit, dat begin 2017 gereed is. Op basis hiervan neemt het college een definitief besluit tot wel of geen verzelfstandiging, waarbij de raad het recht van wensen en bedenkingen heeft.
  • Er wordt steviger ingezet op het aantrekken en vasthouden van ‘sterke schouders’ in de stad, zodat de bevolkingssamenstelling en het opleidingsniveau van Rotterdam evenwichtiger wordt. Inzet op de kwaliteit van voorzieningen en programmering levert hieraan een bijdrage.
  • Het college wil, na vaststelling in de gemeenteraad, per 1-1-2017 het nieuwe sportbeleid (vastgelegd in de Sportnota 2017-2025) in werking te laten treden.
  • Samen met de culturele instellingen werkt het gemeentebestuur aan nieuwe vormen van publieksbenadering om bredere groepen van de bevolking te bereiken en te enthousiasmeren voor deelname aan kunst en cultuur. Doel is een aantoonbaar groter en breder publiek in 2020.
  • Het college laat in de eerste helft van 2017 een onderzoek uitvoeren naar de effectiviteit en efficiëntie van het huidige cultuureducatieaanbod, opdat nog tijdens de cultuurplanperiode 2017-2020 het rendement en de bijdrage aan de hiervoor genoemde onderwijsontwikkelingen vergroot kan worden.
  • Het college werkt met de culturele instellingen en Rotterdam Partners samen aan een gezamenlijke visie en internationale agenda. De internationale betekenis van de culturele sector is belangrijk voor de sector zelf maar ook voor de economische en toeristische betekenis van de stad.
Sportnota: Verhogen sportparticipatie

Een target van het college is het verhogen van de sportparticipatie van 59% naar 60%. Deze target is in 2015 al gehaald. De ambitie is de sportparticipatie in 2017 te bestendigen en zo mogelijk verder te verhogen. Het sportbeleid draagt hieraan bij. De vier ambities van het sportbeleid zijn:

  • De sportvoorzieningen versterkt (de stad nodigt uit)
  • Meer Rotterdammers in beweging
  • Bewegen en sport breed inzetten
  • Spin-off sportevenementen en topsport

De strategische lijn in de Sportnota is als volgt.
1.   Doorzetten van het beleid dat de afgelopen jaren zijn vruchten heeft afgeworpen:

  • het beschikbaar stellen van toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare sportvoorzieningen verspreid over de stad;
  • het versterken van de breedtesport en de topsport in de stad;
  • het faciliteren van alle sportaanbieders met kennis en expertise door sportregisseurs in de gebieden met als doel om vraag en aanbod (nog) beter op elkaar te laten aansluiten;
  • de jeugd kennis laten maken met sport en bewegen en een gezonde leefstijl door het aanbieden van Lekker Fit! en schoolsport op basisscholen en organisatie van sporten(kennismakings)tochten;
  • het stimuleren van topsport- en multisportevenementen in de stad;
  • het uitvoeren van stimuleringsmaatregelen om kwetsbare groepen te bereiken en te stimuleren om te gaan sporten en bewegen.

2.   Binnen het sportbeleid speelt de gemeente waar mogelijk in op de veranderende beweeg- en sportbehoefte van de Rotterdammer. Ook stimuleert de gemeente efficiënt (multifunctioneel) gebruik van voorzieningen. Een aantal nieuwe accenten in het beleid vanaf 2017 zijn:

  • extra ondersteuning van de ongeorganiseerde sport;
  • uitdagen van bedrijven, andere sectoren om te investeren in bewegen en sport;
  • meer aandacht voor innovatie, kennisdeling en promotie;
  • investeren in evenementen die passen bij de stad;
  • streven naar een plek in de top van de landelijke topsportstructuur;
  • aandacht voor betaalbaarheid van sport voor volwassenen in armoede;
  • aandacht voor ’vasthouden’ VO-jeugd met als doel structureel bewegen;
  • stimuleren en faciliteren breedtesportevenementen; inrichten van een ondersteuningsloket voor alle evenementen in de stad.