Kredietrisicobeheer

Kredietrisico (balansstanden ultimo 2016)

Garantiebedrag

Kredietrisico

Borgstellingen door waarborgfondsen

11.264.129

pm

Garanties t.b.v. volkshuisvesting particulieren

52.132

1.460

Garanties t.b.v. rechtspersonen

131.639

30.955

Verstrekte leningen

902.907

14.766

Totaal

12.350.807

47.181

Bij het verstrekken van leningen en het verlenen van garanties loopt de gemeente het risico dat de betrokken partijen niet aan hun financiële verplichtingen richting de gemeente kunnen voldoen. Hierbij neemt de gemeente risicobeperkende maatregelen. De gemeente berekent de risico’s op wanbetaling van de betreffende geldnemers. Dit wordt het kredietrisico genoemd. In 2012 is de kredietrisicoreserve ingesteld om deze risico’s te kunnen afdekken. Bij leningverstrekking of garantieverlening dient eenmalig een bedrag te worden gestort voor de dekking van de risico’s. Daarnaast dient een door de geldnemer betaalde renteopslag of garantiepremie als voeding voor de kredietrisicoreserve. In de afgelopen jaren is de kredietrisicoreserve door aanvullende stortingen op hoogte gebracht.

Het kredietrisico voor de achtervangpositie in de waarborgfondsen WEW en WSW kan op dit moment nog niet berekend worden en wordt daarom op pm gesteld. De VNG stelt, in overleg met de Commissie BBV, een methodiek op om het kredietrisico van de achtervangpositie voor gemeenten te kunnen berekenen. Voor garanties aan particulieren baseert de gemeente zich bij het berekenen van het kredietrisico op de richtlijnen die gelden voor banken. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat het Rijk de helft van eventuele verliezen afdekt. Met behulp van een kredietrisicomodel zijn de bedragen berekend die minimaal zouden moeten worden gereserveerd om de risico’s van de leningverstrekking en de garantieverlening voor rechtspersonen te kunnen opvangen. De kredietrisicoreserve (€ 63,5 mln primo 2017) is in ieder geval toereikend om de hier berekende kredietrisico te kunnen dekken. Pas als er ook een goede inschatting kan worden gemaakt van de risico’s die samenhangen met de achtervang in de waarborgfondsen, kan worden vastgesteld of de kredietrisicoreserve toereikend is.