De ontwikkeling van de Rotterdamse lastendruk

Om duiding te geven aan de lokale lastendruk 2017, volgt hieronder een schets van de recente tarievenontwikkeling in de gemeente Rotterdam. Bedragen zijn in hele euro's tenzij anders vermeld.

Ontwikkeling woonlasten 2016 – 2017

Het college stelt voor de gemeentelijke woonlasten (dat is het totaal van de gemiddelde aanslag OZB-eigenaar woningen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) in 2017 voor een eenpersoonshuishouden met € 23,92 (-3,44%) ten opzichte van 2016 te laten dalen. Voor een meerpersoonshuishouden is het voorstel de gemeentelijke woonlasten met € 9,92 (-1,37%) ten opzichte van 2016 te laten dalen.  
Daarmee geeft het college invulling aan het beleidsuitgangspunt uit het coalitieakkoord dat de woonlasten voor bewoners zullen dalen.

Tabel: Ontwikkeling woonlasten 2016 – 2017: eenpersoonshuishouden (in hele euro's)

Tarief 2016
(in €)

Stijging 2016 t.o.v. 2015
(in %)

Tarief 2017 (in €)

Stijging 2017 t.o.v. 2016
(in %)

OZB- eigenaar woning

191,51

-0,1

189,29

-1,16

Afvalstoffenheffing

321,20

-7,4

293,20

-8,7

Rioolheffing (basistarief)

183,60

2,6

189,90

3,43

Totale woonlasten

696,31

-4,9

672,39

-3,44

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016

Tabel: Ontwikkeling woonlasten 2016 – 2017: meerpersoonshuishouden (in hele euro's)

Tarief 2016
(in €)

Stijging 2016 t.o.v. 2015
(in %)

Tarief 2017 (in €)

Stijging 2017 t.o.v. 2016
(in %)

OZB- eigenaar woning

191,51

-0,1

189,29

-1,16

Afvalstoffenheffing

346,90

-3,6

332,90

-4,04

Rioolheffing (basistarief)

183,60

2,6

189,90

3,43

Totale woonlasten

722,01

-1,1

712,09

-1,37

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016

Voor de ontwikkeling van de gemiddelde gemeentelijke woonlasten geldt dat het tarief 2015 kon dalen ten opzichte 2014 door het niet langer toerekenen van alle kwijtscheldingslasten aan het tarief afvalstoffenheffing en door een daling van de kosten van afvalinzameling en –verwerking. Net als in 2016, zullen ook in 2017 de gemiddelde gemeentelijke woonlasten dalen.  Het basisrecht rioolheffing stijgt ten opzichte van 2016 met € 6,30 (inclusief CPI: de Consumentenprijsindex). De tarieven voor de OZB en rioolheffing zijn niet afhankelijk van de huishoudsamenstelling, zoals de tarieven voor de afvalstoffenheffing dat wel zijn.
De tarieven voor 2017 worden overigens apart van de begroting 2017 door de gemeenteraad vastgesteld.

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

De regels voor het opstellen van de gemeentebegroting en de jaarrekening zijn beschreven in het BBV (Besluit begroting en verantwoording).
Het BBV schrijft een vijftal financiële kengetallen voor, waaronder de zogeheten ‘belastingcapaciteit’. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de lokale lastendruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden van de gemeente in het komend begrotingsjaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het lopend begrotingsjaar en het voorgaand rekeningjaar. De uitkomst van deze vergelijking wordt uitgedrukt in een percentage. Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) zorgt voor de berekening van de landelijke gemiddelden en deze hebben betrekking op het voorafgaand jaar.

Tabel: belastingcapaciteit 2014-2017 (in hele euro's tenzij anders vermeld)

Rekening 2014

Rekening 2015

Begroting 2016

Begroting 2017

A

OZB- eigenaar woning

189

191

191

189

B

Afvalstoffenheffing

373

360

347

333

C

Rioolheffing

177

179

184

190

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

738

729

722

712

F

Landelijk gemiddelde woonlasten
(t-1)

697

704

716

679

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde voorafgaand jaar
(E/F) x 100%

106%

104 %

101 %

105%

 Bronnen: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten  2014, 2015 en 2016 COELO- Atlas van de lokale lasten  2014, 2015 en 2016

Door de voorgestelde daling van de tarieven 2017 van de gemeentelijke woonlasten in Rotterdam, geeft het college invulling aan zijn voornemen om de woonlasten voor de burger te verlagen.

Ontwikkeling woonlasten 2015 - 2016

De gemeenteraad heeft op 12 november 2015 de belastingverordeningen en –tarieven 2016 vastgesteld. Deze verordeningen en tarieven hebben gevolgen voor de ontwikkeling van de woonlasten in 2016 ten opzichte van 2015. Hieronder volgt een schets van deze ontwikkeling.
Het COELO heeft begin 2016 het overzicht ‘Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016’ gepresenteerd. Deze jaarlijkse publicatie vergelijkt de woonlasten van de 35 grootste gemeenten met elkaar. De woonlasten omvatten het totaal van de gemiddelde aanslag onroerende zaakbelasting eigenaar woningen (OZB), het rioolrecht en de afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens. 
Onderstaande tabel bevat een vergelijking door de COELO van de ontwikkeling in woonlasten meerpersoonshuishoudens van Rotterdam 2016 en 2015, afgerond in hele euro’s.

Tabel : Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten Rotterdam 2015 - 2016

Tarief 2016 (in €)

Mutatie 2016 t.o.v. 2015(in %)

OZB- eigenaar woning

191

-0,1

Afvalstoffenheffing

347

-3,6

Rioolheffing

184

2,8

Totale gem. woonlasten

722

-0,9%

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016

Uit het vergelijkend onderzoek onder de 35 grootste gemeenten blijkt dat de gemiddelde woonlasten in 2016 met 0,6 % stijgen tot € 679. Deze woonlastenstijging in 2016 onder de grote gemeenten komt in de eerste plaats doordat de gemiddelde OZB-aanslag eigenaar / bewoner stijgt met 1,5% en de rioolheffing met 1,9 %. De reinigingsheffing daalt daarentegen met 0,8%. De woonlasten zijn in 2016 het laagst in ’s Gravenhage (€ 549) en het hoogst in Delft (€ 832). Dertien gemeenten hebben hun woonlasten ten opzichte van 2015 verlaagd; Venlo het meest (2,0 %) terwijl Amersfoort deze het sterkst verhoogt, namelijk met 8,2%.

Tabel : Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten G4 2015-2016

Woonlasten meer-
persoons-huishouden 2016

Mutatie tov 2015
(in %)

Rangorde woonlasten 2016
G35

Rotterdam

722

-1,1

20

’s Graven-hage

549

0,4

35

Utrecht

708

0,8

23

Amsterdam

609

-0,9

31

Gemiddelde G35

679

0,6

Bron: COELO –Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016

Door de daling van de tarieven afvalstoffenheffing, het nagenoeg stabiel blijven van de gemiddelde OZB-aanslag bewoner/eigenaar en de trendmatige verhoging van de rioolheffing, zijn de totale woonlasten in Rotterdam ten opzichte van 2015 relatief gedaald. Rotterdam staat in de rangorde van gemeente met de hoogste woonlasten inmiddels op een 20e plaats (in 2014 was nog de 9e plaats en in 2015 de 15e plaats). Binnen G4-verband staat Rotterdam, evenals in 2014 en in 2015, op de 1e plaats (in 2013 op de 2e plaats).

In onderstaande tabel wordt een vergelijking gemaakt tussen de stijgingspercentages in 2016 van de belangrijkste tarieven in Rotterdam ten opzichte van die van de G35 (de 35 grootste gemeenten in Nederland).

Tabel : Ontwikkeling tarieven Rotterdam en G35 2015 - 2016

Percentage 2016 t.o.v. 2015

Rotterdam

G 35

OZB eigenaar

-0,1%

1,75%

Afvalstoffenheffing

-3,6%

- 0,8%

Rioolheffing

2,6%

1,9%

Totale woonlasten

-1,1%

0,6%

Bron: COELO – Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2016

Terwijl in 2016 gemiddeld de woonlasten onder de G-35 gemeenten stegen, de afvalstoffenheffing gemiddeld nauwelijks daalde en de gemiddelde OZB-aanslag voor een woningeigenaar en de rioolheffing stegen met bijna 2,0 %, daalden de gemiddelde woonlasten in Rotterdam met in totaal 1,1%. De afvalstoffentarieven en de OZB-aanslagen daalden in 2016 sterker dan gemiddeld onder de grote gemeenten en de stijging van de  riooltarieven in Rotterdam was hoger dan gemiddeld binnen de G35.
Door kwijtscheldingslasten niet langer toe te rekenen kon de daling van de tarieven afvalstoffenheffing, die in 2015 was ingezet,  in 2016 doorgezet worden.
Van belang is ook hoe de Rotterdamse tarieven afsteken tegen de tarieven in de omliggende gemeenten. Een vergelijking per afzonderlijk tarief kan echter een vertekening opleveren, omdat een gemeente ervoor kan kiezen om bijvoorbeeld de OZB iets meer te belasten ten gunste van een lagere rioolheffing. Er ontstaat echter wel een globaal beeld wanneer de drie belangrijkste tarieven voor meerpersoonshuishoudens met elkaar worden vergeleken.

Tabel : Ontwikkeling Tarieven 2015- 2016 Rotterdam en regio (in hele euro’s)

Woonlasten meer-
persoonshuishouden 2016

Stijging tov 2015
(in %)

Rangorde woonlasten 2016 *

Rotterdam

721

-1,1

151

Albrandswaard

704

-17,9

125

Ridderkerk

549

-16,7

3

Barendrecht

782

-1,14

263

Nisserwaard

685

+ 2,1

103

Vlaardingen

718

+ 4,06

147

Schiedam

739

+ 1,1

187

Lansingerland

973

              -

373

Capelle a/d IJssel

614

-0,6

36

Gemiddelde Nederland

723

+1,1

Bronnen: COELO – Atlas Lokale Lasten 2016
* = betreft de landelijke rangorde gemeentelijke woonlasten voor een meerpersoonshuishouden. Nummer 1 heeft de laagste gemeentelijke woonlasten. De rangorde van Rotterdam in 2015 was 198.

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat in 2016 de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Rotterdam - naar hoogte - de vierde plek in de regio bezet. Per afzonderlijk tarief is de situatie wisselend.
Overigens verdient de onderlinge vergelijking van de hoogten van gemeentelijke tarieven een aantal nuanceringen. Gemeenten kunnen namelijk binnen dezelfde kaders van wet- en regelgeving onderling verschillende keuzen en afwegingen maken. Het gaat om afwegingen in bijvoorbeeld het voorzieningenniveau voor de inwoners, afwegingen in de opgaven waarvoor gemeenten zich gesteld zien door de eigen fysieke en sociaaleconomische situatie, en afwegingen in de kosten die zij daarvoor willen maken. Het gaat bij dat laatste om welke kosten zij toerekenen aan een tarief of een keuze voor een alternatieve dekking van kosten, om de bepaling welk percentage van kostendekkendheid de tarieven moeten hebben en zo meer.