Tarieven 2017

Beleidsuitgangspunt is dat de gemeentelijke tarieven, op basis van de CPI-methodiek, in 2017 met maximaal 0,7% mogen stijgen ten opzichte van 2016. Onderstaande tarieven, in hele euro's tenzij anders vermeld, zijn een uitzondering op dit beleidsuitgangspunt.

Afvalstoffenheffing

Als gevolg van de beleidsuitgangspunten van het coalitieakkoord voert de gemeente Rotterdam met ingang van heffingsjaar 2015 een tariefdifferentiatie afvalstoffenheffing in. Niet langer betaalt ieder Rotterdams huishouden eenzelfde tarief, maar betaalt een eenpersoonshuishouden een ander tarief dan een meerpersoonshuishouden. Meerpersoonshuishoudens bieden gemiddeld immers meer afval aan dan een gemiddeld eenpersoonshuishouden. Verder rekent de gemeente met ingang van 2015 de kwijtscheldingslasten geleidelijk niet meer toe aan dit tarief, als gevolg van de beleidsuitgangspunten van het coalitieakkoord.

Door geleidelijk minder kwijtscheldingslasten toe te rekenen aan het tarief, en door verlaging van kosten, kunnen de tarieven afvalstoffenheffing in 2017 verder dalen. Bij de verlaging van kosten gaat het onder meer om verwerkings- en transportkosten, de vrijval van kapitaallasten, lagere toerekenbare BTW-kosten en verlaging van de veegkosten. De voorgestelde tarieven afvalstoffenheffing 2017 bedragen voor een eenpersoonshuishouden € 293,20 (dit komt neer op een daling met € 28,00 oftewel 8,7% ten opzichte van 2016) en voor een meerpersoonshuishouden € 332,90 (dit komt neer op een daling met € 14,00 oftewel 4,04% ten opzichte van 2016).

Rioolheffing

In 2015 is een nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP4) opgesteld. Het opstellen van een GRP is vanuit de Wet milieubeheer een planverplichting en beschrijft hoe de gemeente omgaat met haar rioleringszorg. De gemeentelijke rioleringszorg bestaat uit drie zorgplichten: de zorg voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De kosten hiervan worden voor het grootste deel gedekt door de baten uit de rioolheffing. Door de toename van de kosten, met name door de noodzakelijke vervanging van jaarlijks 40 kilometer riool, zal de komende jaren de rioolheffing omhoog gaan.

Voor 2017 stelt het college voor het tarief van de rioolheffing met € 6,30 te laten stijgen ten opzichte van het tarief van € 183,60 in 2016. Het tarief 2017 komt daarmee uit op € 189,90 (incl. CPI-trend).

Onroerende zaakbelasting (OZB)

De geraamde totale opbrengsten van onroerende- zaakbelastingen (OZB) 2016 bedragen circa € 231 mln. Volgens de Kadernota Lokale Lasten 2014 – 2018 is hierbij de werkwijze gehanteerd dat de totale OZB-opbrengsten van deze belasting niet toenemen ten opzichte van 2016, anders dan de CPI-trend en met de toename van het aantal te belasten objecten. Daarnaast wordt de opgave om €1,5 mln extra belastingopbrengsten te genereren ingevuld door areaaluitbreiding en het optimaliseren van de uitvoering van de belastingprocessen.

De opbrengsten zijn de uitkomst van de volgende rekensom: de totale waarde onroerend goed maal het tarief. Omdat de waarde van het onroerend goed een autonoom gegeven is dat jaarlijks via taxatie wordt bepaald, en de opbrengsten voor ieder begrotingsjaar taakstellend worden vastgesteld door de gemeenteraad, is de hoogte van de OZB-tarieven voor een bepaald belastingjaar hiervan de rekenkundige afgeleide. Voor het belastingjaar 2017 houdt de gemeente op basis van de marktanalyse rekening met een gemiddelde waardestijging met 4,0% van de woningen. Voor de niet-woningen moet rekening worden gehouden met een gemiddelde waardedaling met 2,36%.
Gegeven deze waardeontwikkeling enerzijds en de taakstellende opbrengsten anderzijds, stelt het college voor het tarief OZB eigenaar woningen met 3,1 % te laten dalen ten opzichte van 2016. Op 6 september 2016 heeft het college ingestemd met de afdoening van de motie Nida: “OZB werk ermee” wat als gevolg heeft dat de leegstandscomponent vanuit het tarief gebruikersbelasting niet-woningen wordt verlegd naar het tarief eigenarenbelasting niet-woningen. Hierdoor stijgt het tarief OZB eigenaar niet-woningen met 7,7% en daalt het tarief gebruiker niet-woningen met 6,7 %.

Uiteindelijk gaat het erom welk aanslagbedrag de belastingplichtige eigenaar/bewoner aantreft op zijn OZB-aanslag. De gemiddelde OZB-aanslag voor een eigenaar/bewoner van een woning daalt met € 2,22 (- 1,16 %) ten opzichte van 2016.  In deze tariefsberekeningen houdt de gemeente verder, volgens de bepalingen van de Kadernota Lokale Lasten 2014 – 2018, rekening met oninbaarheid en leegstand.

Verlaging van het tarief hondenbelasting

In het coalitieakkoord is uitgesproken de tarieven voor de hondenbelasting in de periode 2016 – 2018 geleidelijk te verlagen tot uiteindelijk 30% ten opzichte van 2014. Het college stelt voor om voor 2017 de tarieven te verlagen met 19,4 % ten opzichte van 2014, inclusief de trendcorrectie.

Verdere verlaging van het kwijtscheldingspercentage naar 50% in 2018

Volgens het coalitieakkoord moet het percentage van de aanslag dat voor kwijtschelding in aanmerking komt in 2018 worden verlaagd naar 50%. In 2015 bedroeg dit kwijtscheldingspercentage maximaal 70% voor 2016 maximaal 60% en voor 2017 is het voorstel het kwijtscheldingspercentage op maximaal 55 % te bepalen.