Opbrengsten en kostendekkendheid

In onderstaande tabel staat een specificatie van de opbrengsten van de belangrijkste belasting- en heffingssoorten:

* Primaire begroting 2016
** Bij de tariefbepaling wordt rekening gehouden met de verdisconteerde verwachte oninbare OZB-opbrengsten. Opgemerkt wordt ten slotte dat circa € 9,9 mln. van de hierboven geraamde belastingopbrengsten door de gemeente zelf wordt opgebracht.

Voor een toelichting op de opbrengsten wordt verwezen naar de financiële toelichtingen bij de betreffende programma’s.

Toelichting op kostendekkendheid van voorgestelde tarieven 2017

Op 17 maart jl. is de definitieve wetswijziging Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV) gepubliceerd. Het nieuwe BBV is gericht op het verhogen van inzicht en begrijpelijkheid van begroting en jaarrekening, alsmede op het verbeteren van de vergelijkbaarheid tussen gemeenten.
Zo schrijft het nieuwe BBV onder meer voor dat met ingang van begroting 2017/rekening 2017 in het programmaplan, naast onder meer de te realiseren programma’s, een apart overzicht moet worden opgenomen van de overheadkosten (artikel I, onderdeel F).
In de programma’s die ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd, hoeven dan volgens het BBV alleen die kosten te worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces.

Op grond van het nieuwe BBV stelt de raad voortaan de programma’s vast exclusief de overhead. Daarnaast stelt de raad het bedrag aan overhead vast en de wijze van doorbelasting van deze overhead in die gevallen waarin een integrale kostprijs een rol blijft spelen ten aanzien van taken/activiteiten en samenhangende diensten waarvoor de gemeente maximaal kostendekkende tarieven mag hanteren. Het niet toerekenen van deze overheadkosten zou – ongewenst – een begrotingstekort veroorzaken.
Het BBV schrijft geen methode van kostentoerekening voor; wel dat deze methode toegelicht, consistent toegepast en door de raad vastgesteld moet worden. Dit vereist een aanpassing van de vigerende Verordening Financiën Rotterdam 2013 en de Kadernota Lokale Lasten 2014 – 2018. Wijzigingsvoorstellen daartoe zal uw raad nog dit jaar ontvangen.

In het BBV wordt onder het begrip ‘overhead’ verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Deze definitie is breder dan die tot nu toe door de gemeente is gehanteerd en in grote lijnen overeen kwam met de concernbrede bedrijfsvoering die is ondergebracht in het programma Serviceorganisatie. De definitie wordt nu uitgebreid met de directe ondersteuning van het college en alle leidinggevenden en managementondersteuning in de primaire processen van de clusters. De directe ondersteuning van het college is tot nu toe ondergebracht in het programma Bestuur en Dienstverlening (product Ondersteuning bestuurlijke besluitvorming). De leidinggevenden en managementondersteuning primaire processen zijn tot nu toe verwerkt in de verschillende programma's en producten. De presentatie van de overhead zal in een aparte Omissieregeling Vernieuwing BBV in de begroting worden aangepast en aan de raad worden voorgelegd. Zie hiervoor ook de toelichting die hierover is opgenomen onder Hoofdlijnen, Financiële hoofdlijnen, Uitgangspunten begroting 2017.

Het centraal begroten van de overheadkosten zou betekenen dat het niet langer mogelijk is om uit de taakvelden alle toegerekende kosten aan de tarieven af te leiden. Om deze redenen van interne sturing wordt derhalve voorgesteld de bestaande productindeling voor ten minste deze collegeperiode te handhaven en de producten inclusief en exclusief overhead op te stellen.
Om deze reden is het van groot belang dat op een andere wijze uit de begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids-)keuzes bij de berekening ervan worden gemaakt.
Daarom moet voortaan in de paragraaf Lokale Heffingen ook opgenomen worden hoe bij de berekening van tarieven voor leges en heffingen bewerkstelligd wordt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten (incl. overheadkosten) niet overschrijden en welke uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd (artikel I, onderdeel G).
Dit geldt alleen voor tarieven waarvoor uitsluitend maximaal kostendekkende tarieven mogen worden geheven (zoals riool- en afvalstoffenheffing, leges publiekszaken, lijkbezorgings-rechten en omgevingsvergunningen) en niet voor algemene belastingen (zoals OZB, precario- en reclamebelasting, hondenbelasting en parkeernaheffingen).
In onderstaande wordt hieraan invulling gegeven.

De transparantie omtrent de berekeningswijze voor de kostendekkende tarieven omvat in de eerste plaats een ‘macroniveau’ (verordening in zijn geheel) en in de tweede plaats een ‘microniveau’ (onderdeel van de verordening).
Ten eerste moet de berekening van de kostendekkendheid van de tarieven inzichtelijk maken dat de totale geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale geraamde lasten (incl. overhead) van de verordening (artikel 229b GW).
Ten tweede dient de mate van kostendekkendheid inzichtelijk te zijn binnen een onderdeel van de verordening. Waar het hierbij om gaat is dat inzichtelijk wordt gemaakt hoe met de vaststelling van de tarieven in de verschillende onderdelen van de verordening wordt bewerkstelligd dat voor alle tarieven gezamenlijk in die verordening de geraamde baten niet boven de geraamde lasten (incl. overhead) uitkomen. Dit geldt voor de Algemene Legesverordening die bestaat uit een tiental verschillende hoofdstukken voor uiteenlopende soorten van dienstverlening.

Bij tariefstelling worden op basis van wet- en regelgeving de volgende kostencomponenten aan de concept-tarieven 2017 toegerekend:

  1. Personeelskosten: dit betreft loonkosten personeel dat direct betrokken is bij de uitvoering van de specifieke dienstverlening. Deze kosten dienen naar rato toegedeeld te worden indien de uitvoering betrekking heeft op meerdere producten / diensten. Ook de kosten van externe inhuur moeten toegerekend worden, behalve indien dit de kosten voor vervanging / vervulling vacatureruimte betreft. Deze kosten zijn reeds geraamd.
  2. Specifieke automatiseringskosten: dit betreft de kosten van de bij de dienstverlening gehanteerde hard- en software. Deze kosten omvatten ook de vanuit BCO toegerekende specifieke automatiseringskosten.
  3. Materiële kosten: dit betreft materieel-, apparatuurs-, bureau-, vervoerskosten, kapitaallasten (rente en afschrijving), BTW en andere activa voor betreffende dienstverlening.
  4. Overheadkosten: deze kosten zijn conform de definitie van BBV en worden verdeeld in:

Clusteroverhead: dit betreft de kosten van die leidinggevenden en management-ondersteuning in de primaire processen van de clusters die kunnen worden toegerekend aan specifieke dienstverlening
Concernoverhead: in het kader van A1 zijn de clusterbegrotingen voor alle relevante bedrijfsvoeringselementen (te weten: personeel, inkoop, organisatie, financiën, control, juridische zaken, informatie, automatisering, communicatie en huisvesting, oftewel PIOFIACH- functies) aangepast. Deze kosten zijn verschoven naar het programma Serviceorganisatie en worden op basis van het aantal fte en externe inhuur doorbelast. Het bedrag aan toegerekende concernoverhead is daarmee afhankelijk van het aantal bij de specifieke dienstverlening betrokken fte en externe inhuur.

Op grond van wet- en regelgeving mogen nadrukkelijk niet toegerekend worden die kosten die op geen enkele wijze in verband te brengen zijn met de betreffende dienstverlening. Het betreft met name de volgende kosten:

    1. Beleidsvoorbereiding en algemene inspraakprocedures
    2. Handhaving, toezicht en controle (behoudens een eerste controle)
    3. Bezwaar- en beroepsprocedures

Daarenboven geldt dat niet alle toerekenbare kosten ook daadwerkelijk toegerekend worden aan de tarieven. Zo wordt op grond van bestuurlijke besluitvorming een aantal toerekenbare kostensoorten niet aan het tarief afvalstoffenheffing toegerekend.

Tegenover de toegerekende kosten staan de geraamde opbrengsten. Deze bedragen zijn gebaseerd op de raming van het aantal te leveren producten / diensten 2017 vermenigvuldigd met het voorgestelde tarief.

De totaal geraamde opbrengsten uitgedrukt in het totaal van toerekenbare kosten bepalen het kostendekkendheidspercentage 2017.

In onderstaande tabel staat per verordening 2017 aangegeven de toegerekende lasten, de geraamde baten uit tariefheffing en het kostendekkendheidspercentage.
De algemene belastingverordeningen en de verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn allemaal verordeningen waarbij de kostendekkendheid niet inzichtelijk behoeft te worden gemaakt. Zij worden in onderstaande derhalve buiten beschouwing gelaten.

De Algemene legesverordening bestaat uit een hoofdstukken die de tarieven van een veelheid van uiteenlopende dienstverlening regelt. Per hoofdstuk bedragen de geraamde kosten, baten en daarmee het kostendekkendheidspercentage als volgt: