Gemeenschappelijke regelingen

De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt overheden de mogelijkheid om een deel van hun bestuurstaken te verplaatsen naar een openbaar lichaam. Dit wordt ‘verlengd lokaal bestuur’ genoemd. Gemeenten kunnen in zo’n geval een openbaar lichaam instellen. Een dergelijk openbaar lichaam is een rechtspersoon en kent drie organen: een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Dit hoofdstuk gaat alleen in op de gemeenschappelijke regelingen die een ‘verbonden partij’ zijn. Daaronder vallen niet de zogeheten lichte regelingen, omdat in deze regelingen geen sprake is van een bestuurlijk onderdeel. Het zijn samenwerkingsverbanden zonder bestuursorganen.

Te continueren gemeenschappelijke regelingen
Toelichting per verbonden partij
Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer (OLGB)

Belangrijkste speerpunt van het OLGB blijft het optreden bij incidenten. In lijn met voorgaande jaren blijft de OLGB er ook in 2017 nadrukkelijk op sturen dat de uitruktijden binnen de gestelde normen blijven. De geoefendheid en deskundigheid van het personeel blijft ook een speerpunt. Daarnaast investeert het OLGB in de verbetering van de communicatie en in informatie-uitwisseling tussen kazernes onderling. Tevens zal de OLGB deelnemen aan het samenwerkingsproject TRADR (Teaming for Robot Assistent Disaster Response). Dit is een project van de Europese Unie, universiteiten en de OLGB. Het is gericht op de verbetering van de toekomstige incidentbestrijding door integratie van robots. Zo kunnen bijvoorbeeld een vliegende robot of grondrobot dicht bij een incident komen en gegevens meten, terwijl dit voor een brandweerman bij bepaalde omstandigheden niet meer mogelijk is. Tot slot komt medio 2017 de nieuwbouwkazerne in Hoogvliet gereed.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR)

De kernactiviteiten van de VRR zijn crisisbeheersing, rampenbestrijding en het voorzien in ambulance-, geneeskundige- en brandweerzorg. Voor 2017 wil de VRR de ambulancezorg AZRR (Ambulance Zorg Rotterdam-Rijnmond) nog beter in de keten positioneren. Zo is de inzet van AZRR om gesprekspartner te zijn bij bijvoorbeeld fusies van ziekenhuizen, sluiting van afdelingen voor spoedeisende hulp en veranderingen in de infrastructuur.
Bij de geneeskundige zorg blijft de inzet van de GHOR (Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio) van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond om diverse aspecten van de nieuwe Omgevingswet aan de gezondheidszorg te koppelen. Daarmee worden de Veiligheidsregio en GGD dé adviespartners voor de gemeenten bij het creëren van een veilige en gezonde omgeving. Tot slot voert de brandweer van de VRR in 2017 onderdelen in van het Plan Brandweerzorg. Het plan bevat onder meer een visie op de repressieve organisatie. De uitgangspunten vormen de basis vormen voor onder meer het kazernespreidingsplan en het dekkingsplan. Het gaat hierbij om zaken als optimalisering van de opkomsttijden en de operationele prestaties voor de basisbrandweerzorg.

DCMR

Uit het oogpunt van de veiligheid van de Rotterdammers benadrukt de gemeente het belang van milieuregels, en van het toezicht op en de handhaving daarvan. Daarom is de inzet binnen de DCMR ten opzichte van 2016 onveranderd gebleven. De focus van het werkpakket ligt dan ook op taken als vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Daarnaast ligt zowel bij de gemeente als bij de DCMR de komende tijd de nadruk op de invoering van de Omgevingswet. De invoering van deze wet wordt voorzien in 2018. De Omgevingswet is een nieuwe wet die 26 bestaande wetten bundelt, onder meer voor bouw, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel van de wet is om de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar af te stemmen, duurzame projecten te stimuleren en gemeenten meer ruimte te geven om het omgevingsbeleid af te stemmen op de behoeften binnen de gemeente en op de gemeentelijke doelstellingen.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH) wil een Europese topregio worden en zet in op betere economische prestaties, met meer welvaart voor de inwoners als beoogd resultaat. Voor de uitvoering van de ambities hanteert de MRDH vier programma's: Verkeer, Openbaar Vervoer, Economisch Vestigingsklimaat en Samenwerkingsverbanden.
Voor Verkeer vloeien de belangrijkste ontwikkelingen voort uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid (UAB). De Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid leidt tot projecten die onderdeel uitmaken van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa). De investeringen hebben niet alleen betrekking op wegen en openbaar vervoer, maar ook op bevordering van fiets- en ketenmobiliteit en de ontwikkeling van snelfietsroutes en fietsenstallingen bij OV-stations. Verder stimuleert de MRDH de aanpak van verkeersonveilige situaties, zoals blackspots, en verstrekt zij aan wegbeheerders subsidies voor de verkeersveiligheid. Voor het programma OV zijn de belangrijkste ontwikkelingen de ombouw van de Hoekse Lijn en de vorming van een eenduidig OV-systeem voor de reiziger binnen de metropoolregio.
Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat bepalen de uitkomsten en aanbevelingen vanuit het OESO-onderzoek en de Roadmap Next Economy de activiteiten. De gewenste investeringen die vanuit deze trajecten naar voren komen, worden onderdeel van de Regionale Investeringsstrategie. Ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar zijn de belangrijkste ontwikkelingen ongewijzigd gebleven. Het gaat om de invoering van een visie voor werklocaties, om programmeringsafspraken voor werklocaties en realisatie van één loket voor locatievraagstukken. Tevens werkt de MRDH aan een betere match van vraag-en aanbod op de arbeidsmarkt. Tot slot werkt de MRDH vanuit het programma Samenwerkingsverbanden aan de platforms Bereik! - samenwerking voor bereiksbaarheidsvraagstukken - en DOVa. DOVa ondersteunt de gezamenlijke regionale openbaarvervoersautoriteiten bij het beleid voor het betaalsysteem.

Nieuw op te richten gemeenschappelijke regelingen

Geen.

Te beëindigen gemeenschappelijke regelingen

Bij de jaarrekening 2015 van de gemeente Rotterdam is al vermeld dat onderzoek is gedaan naar de toekomst van diverse recreatieschappen. Voor het toekomstig beheer van het regionale groen zijn verschillende organisatievormen onderzocht. De insteek daarbij is dat de nieuwe organisatievorm eenvoudiger, transparanter en kostenefficiënter moet zijn dan de huidige samenwerking in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (hierna: GR).
Het plan is dat naast het Koepelschap Buitenstedelijk Groen er een eind komt aan drie recreatieschappen waaraan de gemeente deelneemt, namelijk de recreatieschappen IJsselmonde, Midden-Delfland en Voorne-Putten-Rozenburg.

Toelichting per verbonden partij
Stadsregio Rotterdam Rijnmond

Nadat op 1 juli 2015 het bestuur had ingestemd met de opheffing van de Stadsregio Rotterdam Rijnmond is op 1 juli 2016 deze gemeenschappelijke regeling definitief geliquideerd.
Er resteren nog wel enkele werkgeversverplichtingen ten aanzien van voormalig medewerkers van de stadsregio. Deze verplichtingen hebben een doorlooptijd tot medio 2021 als gevolg van de verhoging van de pensioenleeftijden door de Rijksoverheid. Met de stadsregio is overeengekomen dat de gemeente Rotterdam deze verplichtingen overneemt en de betreffende verplichtingen zal nakomen. Voor het afwikkelen van deze verplichting wordt de gemeente gecompenseerd.

Natuur- en recreatiegebied IJsselmonde

Afgelopen jaar is onderzoek gedaan naar de toekomst van het recreatieschap IJsselmonde. De Provincie Zuid-Holland heeft besloten eenzijdig uit dit recreatieschap te treden. Voor de resterende partijen zijn er een aantal mogelijkheden, namelijk opheffing van de GR en overdracht van gronden naar de gemeenten, opheffing van de GR en overdracht van gronden naar een terreinbeherende organisatie of voortzetting van de GR zonder de provincie. De gemeente Rotterdam heeft de voorkeur uitgesproken voor opheffing van de GR met overdracht van de gronden naar een organisatie die de terreinen beheert. Als de andere gemeenten besluiten dat ze de GR willen handhaven, overweegt Rotterdam om net als de provincie eenzijdig uit te treden. Als dit gebeurt, blijft de gemeente wel haar financiële verantwoordelijkheid nemen voor behoud van het groengebied. Definitieve besluitvorming is voorzien in het laatste kwartaal van 2016.

Recreatieschap Midden-Delfland

Het bestuur van dit recreatieschap heeft een principebesluit genomen om de GR te ontbinden en de groengebieden over te dragen aan de gemeenten. In dit scenario krijgt de gemeente Rotterdam 132 hectare recreatiegrond overgedragen. Deze terreinen liggen binnen de gemeentegrenzen. Het gaat  om Kandelaarshoek, DOP-NOAP en Poldervaart. Een dergelijke overdracht en het daaruit volgende beheer heeft financiële gevolgen voor de gemeente.
In tweede instantie kunnen gemeenten de gebieden ook overdragen aan een terreinbeherende organisatie (zie recreatiegebied IJsselmonde) en kunnen zij voor de borging van de onderlinge financiële relaties een coöperatie oprichten. Daarover gaan onderhandelingen plaatsvinden met alle betrokken partijen.

Recreatiegebied Voorne-Putten-Rozenburg

Het bestuur van dit recreatieschap heeft de voorkeur uitgesproken om de GR voort te zetten met de betrokken gemeenten op het eiland Voorne-Putten.
De gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland treden uit deze GR. De gemeente Rotterdam neemt daarbij de landtong Rozenburg in eigen beheer, omdat dit gebied gelegen is op het grondgebied van Rotterdam.