Prioriteiten en indicatoren

Rotterdam zet in op verbetering van onderwijsresultaten, vermindering van schooluitval en aansluiting onderwijs op de arbeidsmarkt. Er worden wettelijke taken uitgevoerd zoals leerlingenvervoer, vve en onderwijsachterstandenbeleid. Daarnaast wordt er stedelijk beleid ontwikkeld en uitgevoerd, met inzet van gemeentelijke en rijksmiddelen. Hiermee werkt Rotterdam aan onderwijs dat uitdaagt, vormt en talent tot ontwikkeling brengt.

Toelichting prioriteiten
Leren Loont!

Met het onderwijsbeleid wil het college de onderwijsresultaten van Rotterdamse leerlingen verhogen. Om dat te bereiken is de kwaliteit van het onderwijs cruciaal. Daarom heeft het college in 2015 het programma Leren Loont! vastgesteld, het onderwijsbeleid voor de periode 2015 -2018. Het college voert dit beleid uit. Leren Loont! is opgebouwd langs vijf thema’s. In samenhang met elkaar moeten verschillende maatregelen binnen deze thema’s de kwaliteit van het Rotterdamse onderwijs vergroten. De thema’s zijn: Een vliegende start, Kwaliteit door schoolontwikkeling, De beste leraren, Werken aan vakmanschap en Aansluiting onderwijs en jeugdhulp. Leren Loont! is tot stand gekomen door een proces van co-creatie. Dat betekent dat de gemeente dit beleidsplan samen met schoolbesturen, leraren, ouders en andere betrokkenen heeft opgesteld.

Vliegende start

In 2017 voert de gemeente één basisvoorziening in bij organisaties die nog niet werken met vroeg- en voorschoolse educatie. Er zal dan in de hele stad één voorschoolse voorziening bestaan voor alle kinderen; het stelsel wordt ‘geharmoniseerd’. Daarnaast zal de gemeente in 2017:

  • de wachtlijsten voor de voorschool aanpakken;
  • ouderbetrokkenheid in de voorschool als speerpunt hanteren, zowel wat betreft beleid als wat betreft uitvoering op locaties. Daarmee volgt de gemeente de aanbevelingen van de Inspectie van het Onderwijs op over de kwaliteit van de vve in Rotterdam;
  • de eerste Kindcentra van start laten gaan.
Kwaliteit door schoolontwikkeling

Het college wil hogere onderwijsresultaten boeken. Zij doet dit door de kwaliteit van scholen te verhogen. Hiervoor worden gerichte arrangementen ingezet en goed gekwalificeerde professionals. Het aantal zwakke en risicovolle scholen zal hierdoor afnemen. Rotterdam stimuleert onder andere nieuwe vormen van leertijduitbreiding, professionalisering van leerkrachten en schoolleiders, betrokkenheid van ouders bij het onderwijs en burgerschapsvorming. In de schooljaren 2016-2017 en 2017-2018 is voor dit thema binnen Leren Loont! een subsidiebudget van € 27,9 mln per jaar beschikbaar. De gemeente geeft scholen de ruimte om maatwerk toe te passen in de keuze van hun activiteiten; scholen bepalen zelf waar ze de subsidie voor willen inzetten, dicht bij de dagelijkse praktijk. Vrijwel alle scholen hebben een aanvraag gedaan voor het schoolontwikkelingsbudget.

De beste leraren

Het college wil dat de beste leraren in Rotterdam werken. Leraren krijgen daarom meer ruimte en mogelijkheden om zich verder te professionaliseren en worden door de gemeente gestimuleerd te innoveren in het onderwijs. Dit doet de gemeente in 2017 door:

  • het aanbieden van de eigentijdse Rotterdamse Leraren cao. Dit is een pakket maatregelen om de beste leraren voor Rotterdam te vinden, aan de stad te binden en hen te ondersteunen in hun werk. De cao bestaat uit de Rotterdampas, de lerarenbeurs, een welkomstpremie voor nieuwe leraren en de Rotterdamse Excellentie Leergang;
  • de oprichting en uitbreiding van professionele leergemeenschappen;
  • uitbreiding van het project Vissen in eigen Vijver: op een aantal scholen in de stad worden leerlingen  gestimuleerd te kiezen voor het vak van leerkracht;
  • samenwerking met scholen, schoolbesturen en het hoger onderwijs om in 2017 te komen tot een maatwerk opleidingsaanbod dat aansluit op de opleidingsbehoefte in verschillende onderwijssectoren;
  • voortzetting van Onderwijslab010.
Vakmanschap

De Rotterdamse aanpak loopbaanleren heeft als doel het beroepsonderwijs herkenbaarder en aantrekkelijker te maken, de beroepskeuze van leerlingen te verbeteren en de verbinding tussen onderwijs en de arbeidsmarkt te versterken. Dit doet de gemeente in 2017 door:

  • twee ambassadeurs aan te stellen. Deze ambassadeurs zullen scholen helpen om leerlingen te laten kennismaken met verschillende beroepen via werkbezoeken en stages;
  • invoering en verdere uitrol van een digitaal talentportfolio, waarin de leerling laat zien wat hij/zij goed kan en waar zijn/haar interesses liggen;
  • de Rotterdamse leerroutekaart. Deze is bij de start van het schooljaar 2016-2017 gepresenteerd. Deze kaart maakt het voor leerlingen, ouders en leerkrachten gemakkelijker om uit te stippelen hoe leerlingen hun doel, een goede opleiding en een baan kunnen bereiken;
  • aandacht voor de verhoging van de instroom in techniekopleidingen. Dit doet de gemeente door ontwikkeling van instrumenten om meisjes te interesseren voor techniek en de invoering van een praktische Wegwijzer Techniekonderwijs met daarin tips voor onderwijsprofessionals;
  • het sluiten van een Rotterdams Techniekpact. In het collegewerkprogramma 2014-2017 is afgesproken dat “onderzocht wordt of met het bedrijfsleven een stimuleringsfonds haalbaar is om de keuze voor een technische opleiding te bevorderen”. Kijkend naar de grote hoeveelheid initiatieven wil het college een gezamenlijk inhoudelijk actieprogramma formuleren en de ‘governance’ over al deze projecten organiseren. Dit actieprogramma komt in plaats van een techniekfonds. Het actieprogramma moet aansluiten bij de twaalf doelstellingen van het landelijke Techniekpact 2016 - 2020, maar met accentverschillen toegespitst op de Rotterdamse situatie.
Aansluiting onderwijs en jeugdhulp

Elk kind verdient een goede onderwijsplek met de juiste ondersteuning en jeugdhulp waar dat nodig is, voor een kansrijke toekomst zonder belemmeringen. De uitdaging voor scholen, jeugdhulpverlening en gemeente ligt in het combineren van onderwijs en jeugdhulp om de kansen van leerlingen positief te beïnvloeden. In 2017 werkt de gemeente aan:

  • het realiseren van goede inzet vanuit het schoolondersteuningsteam (onderwijs, jeugdhulp, veiligheid en gezondheid). Preventie en schoolondersteuning staan centraal in deze gezamenlijk aanpak;
  • monitoring en verbetering van de verbinding van wijkteams met het onderwijs;
  • de verbinding van onderwijs met de consultatie- en diagnosefunctie, zodat onderwijs aan de orde komt bij de inzet van een zorg- of ondersteuningstraject;
  • de ontwikkeling van onderwijs-zorgarrangementen voor het regulier onderwijs (via maatwerk), het speciaal onderwijs (via arrangementen) en voor leerlingen die vrijgesteld zijn van leerplicht (via arrangementen);
  • het betrekken van het onderwijs bij toeleiding naar en terugkeer uit dagbehandeling;
  • het organiseren van bovenschoolse tijdelijke opvang in een orthopedagogisch didactisch centrum (OPDC), waardoor onderwijs en jeugdhulp gecombineerd worden aangeboden;
  • vermindering van het aantal thuiszitters door inzet van de taskforce thuiszitters.
Masterplan Onderwijs en Rotterdam Onderwijsstad

In het collegeprogramma is afgesproken dat Leren Loont! fungeert als opmaat naar het Masterplan onderwijs 2025. In dit plan werkt de gemeente samen met allerlei partijen van binnen en buiten de stad een visie uit op het Rotterdamse onderwijs voor de langere termijn. Dit plan wordt in de zomer van 2017 opgeleverd.

Rotterdam is verkozen tot Nationale Onderwijsstad in het schooljaar 2016-2017. Rotterdam is in dit schooljaar het ‘living lab’ waarin het onderwijsveld, bedrijfsleven, ouders, kinderen, gemeenteraad en vele andere partijen uit binnen- en buitenland werken aan toekomstgericht onderwijs. Onderwijs dat talent en vernieuwingskracht herkent en benut, dat jongeren een perspectief geeft op een baan en dat een bijdrage levert aan de vitaliteit en de economische ontwikkeling van de stad. De activiteiten die in dit kader worden georganiseerd vormen bouwstenen voor het Masterplan.

Onderwijs aan statushouders en asielzoekers

Samen met het onderwijsveld biedt het college  onderwijs aan kinderen van statushouders en asielzoekers door voldoende schakelklassen (primair onderwijs) en internationale schakelklassen (in het voortgezet onderwijs) te faciliteren. Hierdoor kan het groeiend aantal leerlingen uit deze groepen naar school. Ook het mbo is hierbij betrokken.

Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (vsv)

De gemeente zet zich samen met de Inspectie van het Onderwijs en het scholenveld actief in om schoolverzuim tegen te gaan. Schoolverzuim is een belangrijke indicator van voortijdig schoolverlaten. De gemeente doet dit onder andere door het handhaven van de leerplichtwet richting jongeren en hun ouders. Daarnaast ondersteunt de gemeente scholen om te komen tot een goede inzichtelijk aan- en afwezigheidsadministratie, een goede verzuimaanpak begint immers op school.

Elke vier jaar wordt de aanpak Voortijdig schoolverlaters (vsv) door het ministerie van OCW aangepast. Ook met ingang van schooljaar 2016-2017 start er weer een nieuwe periode. Samen met het ministerie van OCW, de regiogemeenten en het onderwijsveld heeft de gemeente een vervolgaanpak ontwikkeld die jongeren aan een startkwalificatie helpt of ondersteunt bij het vinden van een baan. De vsv-aanpak heeft tot dusverre voor Rotterdam en de regio geleid tot een sterke daling van het voortijdig schoolverlaten. De ambitie is om het aantal vsv’ers nog verder terug te dringen. De focus komt meer te liggen op de jongeren afkomstig uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en de oud-vsv’ers. De directe aansluiting op de arbeidsmarkt voor deze groepen wordt in de nieuwe aanpak verbeterd. Daarnaast krijgen de overstappers naar het middelbaar beroepsonderwijs ondersteuning van een overstapcoach.

NPRZ/Childrens Zone

Met het Rijk en onze partners gaan we onverminderd verder met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Met goed onderwijs, meer lestijd (minimaal zes uur per week) en de ondersteuning van gezinnen door de wijkteams blijven we extra investeren.
Meer specifiek wordt het onderwijsbudget Nationaal Programma Rotterdam Zuid aangewend voor de ontwikkeling en uitwerking van monitoring van de onderwijsresultaten ten behoeve van beleidsvorming. Daarnaast wordt het ingezet voor de professionalisering van leraren en schoolleiders. Vijf thema’s zijn daarbij leidend: taal en woordenschat, pedagogisch tact, ouderbetrokkenheid, loopbaanoriëntatie en techniek en passie en gedrevenheid. Elke school in de Children’s Zone maakt een plan van aanpak om tot verdere professionalisering te komen. Tot slot wordt geïnvesteerd in samenwerking tussen de scholen en de wijken waarin ze liggen. Daarvoor worden afspraken gemaakt met welzijnsorganisaties, wijkteams en scholen.

Aanpak voortijdig schoolverlaters

Elke vier jaar past het ministerie van OCW de aanpak Voortijdig schoolverlaters (vsv) aan. . Ook met ingang van schooljaar 2016-2017 is weer  een nieuwe periode gestart. Samen met het ministerie van OCW, de regiogemeenten en het onderwijsveld heeft de gemeente een vervolgaanpak ontwikkeld die jongeren aan een startkwalificatie helpt of ondersteunt bij het vinden van een baan. De vsv aanpak heeft tot dusverre voor Rotterdam en de regio geleid tot een sterke daling van het voortijdig schoolverlaten. De ambitie is om het aantal vsv’ers nog verder terug te dringen. De focus komt meer te liggen bij de jongeren afkomstig uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en de oud-vsv’ers. De directe aansluiting op de arbeidsmarkt voor deze groepen wordt in de nieuwe aanpak verbeterd. Daarnaast krijgen de overstappers naar het middelbaar beroepsonderwijs ondersteuning van een overstapcoach.

Aanpak schoolverzuim

De gemeente zet zich samen met de Inspectie van het Onderwijs en het scholenveld actief in om schoolverzuim tegen te gaan. Schoolverzuim is een belangrijke indicator van voortijdig schoolverlaten. De gemeente doet dit onder andere door het handhaven van de leerplichtwet richting jongeren en hun ouders. Daarnaast ondersteunt de gemeente scholen om te komen tot een goede inzichtelijk aan- en afwezigheidsadministratie, een goede verzuimaanpak begint immers op school.

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2015

Prognose
2016

2017

Naam monitor

BBV

Absoluut verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

1,3 per 1000 leerlingen in schooljaar 2014-2015

N.v.t.

N.v.t.

BBV

Relatief verzuim

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 25 rapportage van de gemeente Rotterdam aan OCW

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

5,7 per 1000 leerlingen in schooljaar 2014-2015

N.v.t.

N.v.t.

BBV

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

VSV verkenner definitief 2014-2015 (totaal)

Realisatie (incl. peildatum)

3,70%
Peildatum 2012-2013

3,20%

N.v.t.

N.v.t.

BBV

% Achterstandsleerlingen

Mijlpaal

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Verweij Jonker Instituut-Kinderen in Tel

Realisatie (incl. peildatum)

N.v.t.

27,2% (2012)

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting indicatoren
Aanpak schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (vsv)

De BBV-indicatoren voor verzuim maken onderdeel uit van de verplichte artikel-25-rapportage van de gemeente aan het Rijk.  
Zie voor de verplichte indicator ‘Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)’ de tabel van indicatoren onder Leren Loont!.

Leren Loont!

Het college heeft afgesproken dat er één onderwijstarget komt. Zo staat in het collegeprogramma: ‘Wij zoeken met het onderwijsveld één of meerdere betekenisvolle indicatoren, aan de hand waarvan we per onderwijssector de verbeteringen kunnen volgen. Op basis van deze indicatoren formuleren we samen met het onderwijsveld voor het einde van het jaar een target.’ In Leren Loont! is vervolgens afgesproken dat samen met het scholenveld een onderwijsindex wordt ontwikkeld. Voortschrijdend inzicht heeft geleid tot de conclusie dat het idee van één centraal target of één index niet bijdraagt aan het gewenste gesprek over de onderwijskwaliteit; door te indexeren gaat veel informatie verloren en wordt de uitkomst abstract en onherkenbaar.

Onderwijskwaliteit is te complex om in één enkele target samen te vatten. In plaats daarvan is in het programma Leren Loont! een brede set betekenisvolle indicatoren opgesteld aan de hand waarvan de gemeente per onderwijssector de ontwikkelingen volgen. Bij de indicatoren zijn streefwaarden en targets geformuleerd die samen recht doen aan de complexe opdracht van het Rotterdams onderwijs. Over de voortgang op de indicatoren rapporteert het college jaarlijks aan de gemeenteraad in de vorm van de eindejaarsrapportage Leren Loont! aan het einde van het kalenderjaar en in de Staat van het Rotterdams onderwijs. In december 2015 is de eerste nulmeting van de indicatoren gepresenteerd.

Soort indicator

Beschrijving indicator

Streefcijfer

Nulmeting

Laatste stand van zaken juli 2016

Datum en bron meting laatste stand van zaken

Overig

Bereik vve: aantal driejarige Rotterdamse doelgroepkinderen dat een vve- programma volgt.

80% in 2018

89% in 2014

83%

OB&I april 2016

Overig

VVE kwaliteitsindicatoren van de Inspectie van het Onderwijs

Er wordt voldaan aan de kwaliteitsindicatoren van de Inspectie van het Onderwijs

8 van de 13 indicatoren zijn niet voldoende

2 van de 13 indicatoren zijn niet voldoende

Juli 2016 voortgangs- rapportage Leren Loont!

Overig

Kwaliteit van het onderwijs is voldoende

Het aantal zwakke en zeer zwakke scholen, opleidingen en afdelingen daalt

zwak 4,40 %; Zeer zwak 0,5 %

volgt

Staat van het Rotterdams onderwijs 2015 (Basis onderwijs)

Overig

Onderwijsresultaten op het gebied van taal en rekenen

De onderwijsresultaten op het gebied van taal en rekenen benaderen het landelijke gemiddelde

LOVS Begrijpend lezen 29,4 (M6)   

Volgt

Staat van het Rotterdams onderwijs 2015
(Basis onderwijs)

Overig

Percentage bevoegde docenten

Per 2017 zijn alle (100%) van alle docenten (vo) bevoegd of nog studerend voor hun bevoegdheid

81%

Volgt

Staat van het Rotterdams onderwijs 2015

Overig

Aantal thuiszitters

Daling van het aantal thuiszitters met 75% in 2018 t.o.v. peildatum 15 oktober 2015  

42 thuiszitters

83 thuiszitters

20 juni 2016

Overig

Percentage voortijdig schoolverlaters

Conform doelstelling OCW geoperationaliseerd per onderwijsniveau

3,70%

3,20%

VSV verkenner definitief 2014-2015 (totaal)

Overig

De kwaliteit van passend onderwijs, school maatschappelijk werk en/of jeugdzorg

De kwaliteit van passend onderwijs, school maatschappelijk werk en/of jeugdzorg is goed

Indicator in ontwikkeling

 Volgt

eerste meting in 2016