Prioriteiten en indicatoren

  • Verhogen sportparticipatie
  • Kwaliteitsverbetering en capaciteitsuitbreiding sportvoorzieningen
  • Verzelfstandiging uitvoering sport
  • Verzelfstandiging kinderboerderijen en NME
  • Uitvoeren nieuw beleid Locale Cutuurcentra
  • Sportvoorzieningen (verhogen klanttevredenheid, uniformering tarieven, toegankelijkheid en duurzaamheid accommodaties)
  • Schoolsport en Lekker Fit
  • Speeltuinen
  • Jeugdsportfonds
  • Natuur en Mileu-educatie
  • Subsidies en inkoop sport
Toelichting prioriteiten
Verhogen sportparticipatie

Een target van het college is het verhogen van de sportparticipatie van 59% naar 60% per eind 2017. Deze target is in 2015 al gehaald. De ambitie is de sportparticipatie in 2017 te bestendigen en zo mogelijk verder te verhogen. Het volledige sportbeleid, zoals verwoord in de sportnota 2017-2020, draagt hieraan bij. De vier ambities van het sportbeleid zijn:

  • De sportvoorzieningen versterkt (de stad nodigt uit);
  • meer Rotterdammers in beweging;
  • bewegen en sport breed inzetten;
  • spin-off sportevenementen en topsport.

De strategische lijn in de Sportnota is:  

  1. Doorzetten van het beleid dat de afgelopen jaren zijn vruchten heeft afgeworpen:
  • het beschikbaar stellen van toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare sportvoorzieningen verspreid over de stad: sporthallen, gymzalen, zwembaden, sportcomplexen, fiets- en wandelpaden e.d.;
  • het versterken van de breedtesport en de topsport in de stad door onder andere het aanbieden van verenigingsondersteuning voor amateur- en topsportverenigingen en de begeleiding van talenten;
  • het faciliteren van alle sportaanbieders met kennis en expertise door sportregisseurs in de gebieden, met als doel om vraag en aanbod (nog) beter op elkaar te laten aansluiten; daarbij aandacht voor Rotterdammers in alle levensfasen;
  • de jeugd kennis laten maken met sport en bewegen en een gezonde leefstijl door het aanbieden van lekker Fit! en schoolsport op basisscholen en organisatie van sporten(kennismakings)tochten;
  • het versterken van het sportklimaat in de stad door bovengenoemde punten en het stimuleren van topsport- en multisportevenementen in de stad;
  • naast het scheppen van randvoorwaarden voert de gemeente, in samenwerking met partners, stimuleringsmaatregelen uit om kwetsbare groepen te bereiken en te stimuleren om te gaan sporten en bewegen.
  1. Binnen het sportbeleid spelen we  waar mogelijk of noodzakelijk in op de veranderende beweeg- en sportbehoefte van Rotterdammers (zoals de behoefte aan ongeorganiseerd bewegen/sporten). Ook stimuleren we efficiënt (multifunctioneel) gebruik van voorzieningen. Vanaf 2017 zijn  nieuwe accenten in het beleid:
  • extra ondersteuning van de ongeorganiseerde sport (zowel stimuleren van hardware/software als het inrichten van een ondersteuningsloket;
  • uitdagen van bedrijven, andere sectoren (onderwijs, welzijn, jeugd etc.) om te investeren in bewegen en sport;
  • meer aandacht voor innovatie, kennisdeling en promotie;
  • investeren in evenementen die (nog beter) passen bij de stad;
  • streven naar een plek in de top van de landelijke topsportstructuur;
  • aandacht voor betaalbaarheid sport voor volwassenen in armoede;
  • aandacht voor ’vasthouden’ VO-jeugd met als doel structureel bewegen;
  • stimuleren en faciliteren breedtesportevenementen; inrichten van een ondersteuningsloket voor alle evenementen in de stad.
Kwaliteitsverbetering en capaciteitsuitbreiding sportvoorzieningen

Het college investeert in 2017 in sportvoorzieningen om de kwaliteit te verbeteren en de capaciteit te vergroten. Hieronder vallen de volgende maatregelen:

  • Extra slag groot onderhoud gemeentelijke sportvoorzieningen

Het college houdt het conditieniveau van de gemeentelijke sportaccommodaties via de uitvoering van meerjarenonderhoudsplannen op orde. Daarbovenop verbetert het college gericht de uitstraling en de aantrekkelijkheid van een aantal sportvoorzieningen (met name sporthallen en gymzalen).

  • Opplussen bedrijfsgebonden onderhoud

Het college verhoogt het budget voor het bedrijfsgebonden onderhoud: het onderhoud binnen de sportaccommodaties (waaronder binnenmuren, sportvloeren, akoestiek, bergingen, e-apparatuur en cameratoezicht).

  • Wegwerken achterstallig onderhoud opstallen verenigingen

Op de kantines en kleedkamers, die eigendom zijn van sportverenigingen, is achterstallig onderhoud ontstaan, omdat het veel sportclubs niet is gelukt het onderhoud hiervan op orde te houden. Het college zet eenmalig geld in om dit achterstallig onderhoud weg te werken.

  • Harmoniseren beheer hockeyvelden

Met deze maatregel neemt de gemeente het beheer van vijftien hockeyvelden van hockeyclubs. Zo wordt het beheer gelijk getrokken met dat van andere veldsporten.

  • Bouw gymzaal Heijplaat in kader gebiedsontwikkeling

Binnen de gebiedsontwikkeling Heijplaat wordt een nieuwe gymzaal ontwikkeld.

  • Vervanging hybride velden door kunstgrasvelden

De hybride voetbalvelden worden, waar nodig, vervangen door kunstgrasvelden. Diverse hybride verkeren in slechte staat. Met de vervanging door kunstgrasvelden wordt gelijk een hogere bespeelcapaciteit gerealiseerd.

  • Kwaliteitsslag in aantal buitensportcomplexen

Het college verbetert een aantal buitensportcomplexen  om de capaciteitsknelpunten van sportverenigingen op te lossen. Hieronder vallen in ieder geval vv Pernis, Noorderbocht, Smeetlandseweg (LMO/De Zwervers) en honkbal op Zuid.

  • Verhoging 1/3-regeling investering in accommodaties sportclubs

Het budget voor de investeringsregeling voor accommodaties van sportclubs (de zogenoemde 1/3-regeling) wordt verhoogd, zodat meer sportclubs gebruik kunnen maken van de regeling voor het investeren in hun accommodatie.

  • Eenmalige subsidieregeling duurzaamheidsmaatregelen sportclubs

Er komt in 2017 een eenmalige subsidieregeling waarop sportclubs een beroep kunnen doen voor duurzaamheidsmaatregelen in hun accommodatie.

Verzelfstandiging uitvoering sport

In juni 2015 heeft het college het principebesluit genomen tot verzelfstandiging van de uitvoering van sportvoorzieningen. In 2016 is de Hoofdlijnennota opgesteld, waarin concreet is uitgewerkt hoe het toekomstig sportbedrijf vorm krijgt, op welke wijze de gemeente het sportbedrijf aanstuurt en hoe het overgangsproces wordt ingevuld. De uitvoering van de volgende producten wordt ondergebracht in het verzelfstandigde sportbedrijf: de exploitatie en het beheer van sportvoorzieningen (zwembaden, sporthallen, gymzalen en sportterreinen) en de uitvoerende taken sportprogrammering (sportregie, schoolsport, buurtsport en sportevenementen). Het sportbedrijf wordt een vennootschap met de gemeente als enig aandeelhouder. De gemeente stuurt het sportbedrijf aan via drie rollen: inhoudelijk opdrachtgever, aandeelhouder en eigenaar van het vastgoed.
In 2017 vindt de voorbereiding plaats op de feitelijke verzelfstandiging, die per 1-1-2018 moet zijn gerealiseerd. Dit met inachtneming van de besluitvorming (wensen en bedenkingen) door de raad over de Hoofdlijnennota.

Verzelfstandiging kinderboerderijen en NME

In april 2016 heeft het college het principebesluit genomen tot verzelfstandiging van de uitvoering van kinderboerderijen en natuur-en milieueducatie. Het gaat om het beheer van kinderboerderijen, de uitvoering van lessen en activiteiten rond natuur- en milieueducatie, en het schooltuinieren. De volgende fase is het Hoofdlijnenbesluit, dat begin 2017 gereed is. Op basis daarvan neemt het college een definitief besluit tot wel of geen verzelfstandiging, waarbij de raad het recht van wensen en bedenkingen heeft. Bij een positief besluit is 2017 het jaar van overgang en uitwerking en gaat de verzelfstandigde NME-organisatie per 1 januari 2018 van start.

Lokale cultuurcentra

Het college heeft in 2016 plannen vastgesteld tot een andere invulling van de vijf Lokale Cultuurcentra (LCC’s). Deze plannen worden in 2017 uitgevoerd. De vijf LCC’s blijven bestaan. Het beheer wordt overgedragen van de gemeente naar private partijen. De Hoekstee en ’t Klooster worden, naast LCC, ook een Huis van de wijk.

Klanttevredenheid

Het college zet in 2017 verder in op verbetering van de dienstverlening op de locaties, door goed beheer en goede exploitatie van de vele voorzieningen en activiteiten. De focus blijft gericht op een meer klantgerichte benadering en het beter aansluiten van de producten aan de behoefte van de klant. De resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek vormen daarbij een waardevolle basis. De klantgerichte benadering uit zich bij binnensportvoorzieningen onder meer in het verder ontwikkelen en aanbieden van themagymzalen en de verdere uitrol van de mogelijkheden van het digitale verhuurloket. De nieuwe prestatieafspraken over schoonmaak zijn daarin ook een belangrijke factor.

Uniforme tarieven

De tarieven van de door de gemeente geëxploiteerde sporthallen, sportzalen, gymzalen, sportvelden en NME voorzieningen zijn in 2016 gelijkgetrokken. Dit betreft de tarieven voor de huurders van deze accommodaties, zoals sportverenigingen. De tarieven van de gemeentelijke zwembaden waren al eerder gelijkgetrokken. De verschillen zijn ontstaan door verschil in beleid van de voormalige deelgemeenten. Bij het invoeren van de uniforme tarieven is budgettaire neutraliteit als uitgangspunt gehanteerd: de nieuwe tarieven leiden niet tot meer inkomsten, maar ook niet tot minder inkomsten. Er is een gemiddelde gehanteerd. Voor elk gebied gelden nu dezelfde tarieven voor dezelfde voorzieningen en dezelfde activiteiten. Daarmee zijn de tarieven voor sportvoorzieningen duidelijk en eenduidig. Omdat van een gemiddelde is uitgegaan, leidt  deze uniforme tariefstelling in een aantal gevallen tot een daling van de tarieven, in andere tot een stijging. Daar waar sprake is van een aanzienlijke stijging, is voor sportverenigingen een overgangsregeling mogelijk van enkele jaren, zodat zij de tariefstijging geleidelijk kunnen opvangen.

Toegankelijkheid en duurzaamheid

Sportvoorzieningen zijn zo veel mogelijk toegankelijk voor mindervaliden. Voor het toegankelijker maken van bestaande binnensportvoorzieningen is een incidenteel budget beschikbaar. In 2015 en 2016 zijn veel accommodaties al aangepakt. Ook in 2017 wordt een aantal accommodaties toegankelijker gemaakt. Nieuwe voorzieningen voldoen vanaf de start aan de vereisten voor toegankelijkheid van sportaccommodaties.

De afgelopen jaren is geïnvesteerd in maatregelen om het energiegebruik meer duurzaam te maken, onder andere door het toepassen van led verlichting. Deze aanpak wordt ook in 2017 doorgezet.
De gemeente maakt waar dat nodig is de uitstraling van de gemeentelijke sportaccommodaties moderner qua gebouw en inrichting en zorgt voor goed onderhoud. De gemeente houdt rekening met de wensen vanuit onderwijs, sportverenigingen en nieuwe doelgroepen.

Schoolsport

Het nieuwe programma Schoolsport#010 is in het schooljaar 2016/2017 van start gegaan. De 85 basisscholen die niet meedoen aan het programma Rotterdam Lekker Fit!  kunnen meedoen aan Schoolsport#010. De scholen kunnen clinics aanvragen binnen drie verschillende pijlers:

  • Sociale vaardigheden & Respect
  • Uitdaging & Talent
  • Beleving & Trends

De scholen kunnen als onderdeel van het programma deelnemen aan stedelijke toernooien. Het sportieve schooljaar wordt afgesloten met The Final. Tijdens The Final sporten groepen scholieren die zich via de stedelijke toernooien gekwalificeerd hebben tegen elkaar.

Speeltuinen

Speeltuinen zijn belangrijke voorzieningen in de wijk. Het zijn plekken waar kinderen veilig kunnen spelen en ouders elkaar kunnen ontmoeten. Het is een voorziening voor en door de wijk. Daarom ontvangen de speeltuinen een subsidie voor de ondersteuning in hun exploitatie en het realiseren van activiteiten. Daarnaast wordt het merendeel van de speeltuinen gesubsidieerd om toezichthouders in te zetten. In 2017 wordt dit beleid ongewijzigd voortgezet.

In 2017 wordt in samenspraak met het veld een nieuwe subsidieregeling speeltuinen opgesteld, gebaseerd op de beleidsnota ‘toekomst Rotterdamse Speeltuinen’. Hiervoor is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de vitaliteit van de Rotterdamse speeltuinen, met medewerking van alle speeltuinbesturen.

Jeugdsportfonds

Vanwege een toenemend beroep op het Jeugdsportfonds wordt de bijdrage structureel met
€ 300K verhoogd. In 2017 onderzoekt de gemeente hoe de samenwerking met Jeugdcultuurfonds en Meedoen in Rotterdam (voorheen Leergeld) verder kan worden verstevigd.

Natuur- en milieueducatie (NME)

De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van acht kinderboerderijen en veertien (educatieve) tuinen. Daar organiseert de gemeente educatieve en recreatieve activiteiten voor kinderen, jongeren en gezinnen als belangrijkste doelgroepen. Daarnaast zijn er zeven locaties van waaruit NME-lessen worden verzorgd (grotendeels op de kinderboerderijen). Aanvullend op het gemeentelijk aanbod is er een subsidiebudget voor gebiedsgerichte NME-activiteiten.

In 2017 ontwikkelt de gemeente het basispakket met gratis NME-lessen voor scholen en het pluspakket (tegen betaling) verder. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar meer opdrachtgevers en meer aanbieders. Dit alles draagt bij aan het vergroten van kennis, positieve houding en vaardigheden op gebied van natuur, milieu, dierenwelzijn en duurzaamheid. Ervarend leren is het uitgangspunt.

Subsidies en inkoop sport

De gemeente Rotterdam wil meer inwoners, van jong tot oud, stimuleren om deel te nemen aan sport- en vrijetijdsactiviteiten. De subsidie sportinitiatieven is bedoeld om daadwerkelijk directe sportdeelname en directe sportactiviteiten mogelijk te maken. Om dit mogelijk te maken heeft het college nadere regels en beleidsregel Sportinitiatieven vastgesteld, die vanaf 1 januari 2017 van kracht zijn.

Lekker Fit!

Een substantieel deel van de Rotterdamse kinderen heeft al kennisgemaakt met of deelgenomen aan een Lekker-Fit!-project (gericht op een gezond gewicht en een actief leven voor de Rotterdamse jeugd). In de afgelopen jaren zijn verschillende methoden ontwikkeld die passen in een doorlopende Lekker-Fit!-lijn voor kinderen van 2 tot 14 jaar en hun ouders. In de aankomende periode vraagt de gemeente meer professionals deze methoden uit te voeren, zodat meer kinderen en ouders kunnen profiteren van de aanpak. Het doel is dat in 2017:

  • Lekker Fit aansluiting krijgt bij de integrale Kindcentra;
  • meer dan 50% van de Rotterdamse basisscholen Lekker Fit! zijn;
  • 100% van de Lekker-Fit!-scholen werken volgens de Lekker-Fit!-kleuteraanpak;
  • 40% van de Rotterdamse locaties kinderdagopvang Lekker Fit! zijn;
  • een aanpak is ontwikkeld en geïmplementeerd ten bate van een Lekker Fitte basis voor de allerjongsten en hun ouders. Dit gebeurt in co-creatie met uitvoerende partijen;
  • gebiedspartners in zes Lekker-Fit!-gebieden zich inzetten voor een Lekker Fitte basis voor de Rotterdamse jeugd;

preventie- en zorgpartners in tien wijken samenwerkingsafspraken hebben gemaakt.

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2015

Prognose
2016

2017

Naam monitor

BBV

Niet sporters

%

53,5 %

(realisatie 2014)

nvt

http://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Besluit-Begroting-en-Verantwoording--cgd7hicOO4cJ/

Target sportparticipatie

Omgevingsindex

Mijlpaal

59%

60%

VTO

Realisatie (incl. peildatum)

59% najaar 2013

62% najaar 2015

nvt

nvt

Aantal Lekker Fit!-scholen

Prestatie

Mijlpaal

Realisatie (incl. peildatum)

88

94

94

Aantal schoolsport-verenigingen

Prestatie

25

26

26

Aantal sportplus-verenigingen

Prestatie

22

25

25

Aantal side-events

Prestatie

23

20

20

Toelichting indicatoren
  • Voor de targets sportparticipatie, aantal Lekker Fit!-scholen, aantal schoolsportverenigingen en aantal sportplusverenigingen zet het college in op kwaliteit boven kwantiteit. Er wordt bestendigd waar nodig en verder doorontwikkeld in aansluiting op de uitgangspunten en de ambities van de nieuwe Sportnota 2017-2020.
  • Bij side events gaat het om verschillende vormen. Zo is een clinic voor het basisonderwijs voor 1 geteld al is dat 120 dagdelen. Ook is een hele dag evenementen bij bijvoorbeeld het WK Beachvolleybal ook voor 1 geteld.

Noot: Het verschil tussen de twee sportparticipatie-cijfers dat gemeten wordt door enerzijds het RIVM (openbaar cijfer niet-sporters dat gepubliceerd wordt op waarstaatjegemeente.nl, 53,3% in 2014) en anderzijds onze eigen collegedoelstelling die gemeten wordt middels de landelijke Richtlijn voor sportdeelname onderzoek door OBI (62% sporters in 2015), wordt verklaard door verschillende onderzoeksmethoden met een verschillende aanpak in het veldwerk, verschillen in vraagstelling (12 x per jaar of 1 x per week), verschillende leeftijdsgroepen die worden onderzocht en verschillende meetjaartallen”.