Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten/ beleidsinitiatieven

De doelstelling van voorgaande jaren die ook voor het nieuwe begrotingsjaar geldt, is tweezijdig. Enerzijds gaat het om een maximale stimulans en facilitering van afvalscheiding en anderzijds om mogelijkheden te onderzoeken om de resultaten van afvalscheiding te verbeteren. De doelstelling komt voort vanuit het oogpunt van duurzaamheid (circulaire economie) en vanuit het oogpunt de kosten van afvalinzameling zo laag mogelijk te houden. Om dit te bereiken is de beleidsnota Huishoudelijk Afval 2013 – 2018 opgesteld (hierna: de afvalbeleidsnota). De uitvoering van deze nota is in het laatste kwartaal van 2013 gestart. Vanuit de doelen van deze beleidsnota stuurt de gemeente op:

  • minimaal 12% minder huishoudelijk restafval in 2018 (t.o.v. 2011)
  • minimaal 31% materiaalhergebruik in 2018
  • minimaal 89.000 ton vermeden afvalverbranding per jaar in 2018 (t.o.v.2011)
  • minimaal 4% daling in 2018 ten opzichte van 2011 van de aan de huidige afvalstoffenheffing toe te rekenen kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.

Randvoorwaarde is hierbij dat het gemiddelde schoonniveau in de buurten een 4 of hoger scoort (op een schaal 1-5).

Voor het begrotingsjaar 2017 vormen de principes van circulaire economie een belangrijk doel, bedoeld om een maximale herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te bereiken en een minimale vernietiging ervan. Dit is fundamenteel anders dan in het huidige systeem met omzetting van grondstoffen in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd.
Een goed voorbeeld van circulaire economie is de recycling van papier. De gemeente zet zich steeds meer in om papier te recyclen en in een bepaalde straal rondom de stad Rotterdam te hergebruiken. Andere voorbeelden zijn de verwerking van groente, fruit en tuinafval (gft) met de teruggave van compost aan de burger, maximale sturing op recycling van kunststofverpakkingen, gebruik van minicontainers in Rotterdam die gemaakt worden van gerecycled kunststof, en zo meer.

In 2017 rondt de gemeente de uitrol af van gescheiden inzameling van gft in de wijken met laagbouw. Uitrol van gft in de hoogbouw is afhankelijk van de uitkomsten van de lopende pilots.

In het algemeen presteren grote steden minder goed op het gebied van afvalscheiding dan kleinere steden en plaatsen in meer landelijke gebieden. Dit komt door de grote hoeveelheid hoogbouw in de grotere steden. De vier grote gemeenten hebben in 2014 het initiatief genomen voor een project met het doel een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om afvalscheiding in hoogbouw te verbeteren. Aan dit project doen ook andere grote gemeenten en publieke afvalinzamelaars mee; andere deelnemers zijn het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en diverse brancheverenigingen. De voorbereiding liep tot oktober 2016. De pilot start in november dat jaar en de gemeente verwacht de analyse en resultaten in december 2017.

De nascheiding van kunststofverpakkingsafval en drankenkartons is nader onderzocht. Vooral in de steden met veel hoogbouw levert nascheiding veelal een hoger scheidingsrendement op dan bronscheiding. Welke methodiek - nascheiding of verdergaande bronscheiding - Rotterdam gaat toepassen, is onderwerp van nader onderzoek. 

De verlaging van de afvalstoffenheffing (ASH) in 2017 is een aandachtspunt. Een meer efficiënte inzameling en een beter scheidingsresultaat leidt tot een lagere heffing. Ook daalt de afvalstoffenheffing in 2017 door de gefaseerde afbouw van de toegerekende kwijtscheldingslasten.

Om de efficiency in het afvalinzamelingsproces te verhogen voert de gemeente vulgraadmeting in, gekoppeld aan dynamische routeplanning. Bij de vulgraadmeting wordt gebruik gemaakt van sensoren die meten hoe vol een container is. Op basis van de vulgraad van de containers is het mogelijk een optimale route te rijden. In 2017 start de gemeente met de invoering bij de containers voor monostromen. In een later stadium volgen de containers voor het restafval. Bijkomend voordeel van het werken met vulgraadmeting is dat er minder vervuiling plaatsvindt doordat de containers niet meer overvol kunnen raken.

Door mogelijke samenwerking met de markt kan de gemeente in de bedrijfsvoering een nog hogere mate van efficiency bereiken. Dit is vooral mogelijk in de buitengebieden in Rotterdam waar weinig vervuiling plaatsvindt en mensen geen vuil naast containers plaatsen.

Indicator MSB meldingen:

Afgesproken is dat de gemeente 95% van de meldingen ‘schoon’ uit het meldingssysteem buitenruimte (MSB) binnen drie werkdagen afhandelt.

Soort indicator (collegedoelstelling, BBV of overig)

Beschrijving indicator

Nulmeting

Realisatie 2015

Prognose 2016

2017

Naam monitor

BBV

Omvang huishoudelijk restafval

Mijlpaal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

326 kg/inwoner

318 kg/inwoner

310 kg/inwoner

Overig

MSB-meldingen: 95% afhandeling klachten < 3 werkdagen

Mijlpaal

95% < 3 werkdagen

n.v.t.

Realisatie (incl. peildatum)

96,60%

95%

n.v.t.